Homepagina > Het Spoor > Geschiedenis > Van Sporeghem Junior > Ongewone spoorwegen
Ongewone spoorwegen
Phil Dambly.
vrijdag 23 januari 2009, door
Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]
Talrijk zijn de uitvinders die zich beijverd hebben om spoorbaan en rollend materieel in een andere dan de gebruikelijke vorm te gieten.
In de U.S.A. gebruikte men, van 1829 tot 1830, de voortstuwing met zeilen tussen Charleston en Hamburg, op de South Carolina Railroad. Een zeilwagen vervoerde vijftien passagiers en kon een snelheid van 24 km./u. bereiken.
Een ander vreemdsoortig systeem werd in Frankrijk gemonteerd door Larmenjat, in 1868, tussen Montfermeil en Le Raincy. Een enkele, centrale spoorstaaf droeg het leiwiel van de driewielige locomotief, de twee drijfwielen evenals de wagens liepen gewoon op de weg.
In 1898 werd er te Salzburg, in Oostenrijk, een ballonspoorweg gebruikt voor de bestijging van de zeer steile hellingen van de Hochstauffen. Het systeem bestond uit een kabelballon die aan een wagen vastgemaakt was. Die wagen reed op een enkele spoorstaaf in T-vorm, die bevestigd was op stutten die in de flanken van de berg geplant waren. De spoorstaaf diende niet als steunpunt voor de wagen, maar alleen om hem tegen te houden. Dank zij zijn stijgkracht, vervulde de ballon de rol van voortstuworgaan en verving aldus de locomotief. Bij de afdaling hield hij de wagen tegen terwijl krachtige remmen, bovendien, de gang nog vertraagden. Om het afdalen teweeg te brengen, werd een vergaarbak die zich in de wagen bevond, met water gevuld.
Bron: Het Spoor, juli 1965
Rixke Rail’s Archives
