Homepagina > Het Spoor > Maatschappij > De Centrale Bewaarplaats der gevonden voorwerpen

De Centrale Bewaarplaats der gevonden voorwerpen

maandag 27 december 2021, door Rixke

Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]

 Is verstrooidheid een bewijs van geleerdheid ?

Indien het waar is dat geleerde mensen verstrooid zijn, dan mogen we gerust beweren dat het intellectueel peil van onze spoorreizigers de laatste jaren op verheugende wijze gestegen is ; als we tenminste mogen aannemen dat verstrooidheid een synoniem is voor gemakkelijk vergeten, achterlaten, verliezen en gebrek aan zorg voor persoonlijke gebruiksvoorwerpen.

Demagogie van de zuiverste soort, hoor ik sommigen roepen. Sofisme, beweren anderen. Laat ons niet te voortvarend een mening uiten !

Wij geven grif toe dat de behendigheid van een bakvisje om lippenstift en poederkwastje te hanteren, de onbezonnenheid van een jonge heer die alleen maar op een regendag een hoed draagt en de verbijstering van de brave opa die plots door knarsende remmen uit zijn slaap gewekt wordt, geen bewijs van geleerdheid zijn. Hals over kop haasten ze zich uit de trein en laten hun handschoen, hoed of regenscherm, schijnbaar zonder de minste wroeging, alleen achter. Een vluchtige blik had volstaan, maar zij zijn behept met slechts één dwanggedachte : afstappen.

Noem hen geleerden (het zal hen troosten voor het geleden verlies), verstrooiden, vergeetachtigen, zorgelozen, wij laten u de keuze. Maar vergeet niet dat ook gij morgen kunt behoren tot het gilde van de tweehonderdduizend reizigers die jaarlijks in onze treinen een beetje van alles achterlaten. Zoudt ge dan niet liever als geleerde dan als st... betiteld worden ?

We moeten echter niet alle schuld op de rug van de geleerdheid schuiven. Ook de snelle ontwikkeling van het spoorwegverkeer heeft het aantal vergeten voorwerpen aanzienlijk doen toenemen.

Een studie over de aard en de verscheidenheid van die voorwerpen en over de omstandigheden waarin zij achtergelaten werden, zou ons heel wat belangrijke gegevens kunnen verschaffen. Dit onontgonnen terrein stellen we graag ter beschikking van de wetenschapsmensen wier taak het is de diepe roerselen van de menselijke gedragingen te ontleden en te verklaren.

 De omvang der vergetelheid

Tweehonderdduizend verloren voorwerpen per jaar ! Hebt ge al eens nagedacht wat een kapitaal dat vertegenwoordigt ?

De meeste van deze voorwerpen kunnen gelukkig na een paar dagen zoeken en navragen aan de rechtmatige eigenaars terugbezorgd worden.

Regenjassen, geldbeugels, fototoestellen en dies meer, die na een vijftal dagen niet teruggevraagd werden, hetzij omdat de reiziger zich nog geen rekenschap gaf van zijn verlies, hetzij omdat hij, ten onrechte, geen vertrouwen stelde in de eerbaarheid van zijn medereizigers of van het spoorwegpersoneel, worden opgestuurd naar het station van Brussel-Leopoldswijk waar de centrale bewaarplaats van de slachtoffers der menselijke verstrooidheid is ondergebracht.

Dagelijks komen daar gemiddeld 135 voorwerpen toe, evenveel bewijzen van zorgeloosheid of van wantrouwen. Zo dramatisch is dit getal nu niet vergeleken met die tweehonderdduizend van daareven. Dat betekent nochtans meer dan 20.000 voorwerpen voor een periode van 6 maanden en dat is alleszins een omvangrijke massa.

Dank zij de onbaatzuchtige zorgen van de Maatschappij worden hiervan nog een vierduizendtal terugbezorgd.

De oningewijde lezer zal ongelovig de schouders ophalen wanneer hij verneemt dat deze liefdadigheidsinstelling aan de N.M.B.S, heel wat lieve duiten kost. Hij herinnert zich immers maar al te goed dat zijn pijp, een verjaardagsgeschenk van zijn lief vrouwtje, na een pijnlijke scheiding weer in zijn bezit kwam tegen betaling van de ronde som van 25 frank. Neen, hij laat zich niet beetnemen ! In zijn grote rekenijver weet hij onmiddellijk te antwoorden dat 4.000 maal 25 F, honderdduizend frank opbrengt. Natuurlijk heeft deze brave man niet het minste benul van de organisatie die hem zijn smakelijk pijpke terugbezorgde.

 Her personeel van de bewaarplaats

Wij vergeven hem graag zijn onwetendheid. Hoe zou hij immers kunnen weten dat het kader van de bewaarplaats zes eenheden omvat ?

Twee beambten zijn belast met het administratief werk en drie laders verdrijven hun tijd met het rangschikken van brillen, kerkboeken, teddybeertjes, regenschermen, handschoenen en hoeden van allerlei model. Een zesde bediende heeft heel bijzondere ambtsbezigheden. Het is een gediplomeerde muizenvanger. Die beestjes voelen zich immers in een dergelijke stapelplaats beter thuis dan in het mooiste paleis. De mooie, zwarte kat die deze laatste post bezet, waakt met statigheid over de gaafheid van de hele inboedel.

Stilleven met kat...

Vroeger waren er zelfs twee posten van muizenvanger voorzien, maar een hier van werd, bij uitsterving, om redenen van besparing niet meer aangevuld ! Een kat leeft immers niet alleen van muizen. Zij komt wel niet voor op de betalingsstaten, maar haar baas ontvangt toch een dagelijkse vergoeding van 2 F om haar van tijd tot tijd een lekker papje te bereiden dat zij, nota bene, niet in ledigheid uit tikt.

 Eerlijkheid vóór alles

De man met de pijp zal nu wel moeten toegeven dat er van die 100.000 F niet veel meer overschiet als al dat personeel betaald is. Maar die som dient ook nog om de eerlijke bedienden te belonen die, zonder getuige, geld of een waardevol voorwerp vinden en het inleveren.

Wie kan geloven dat iemand zo maar een som van 344.000 F in de trein achterlaat ? Dit bedrag werd nochtans verleden jaar door een spoorwegbediende gevonden. Indien de geleerdheid van de eigenaar evenredig is aan zijn verstrooidheid, dan staan we hier voor een genie dat enig is in de ganse wereld. Verder werd, voor een periode van 6 maanden, een bedrag van 45.477 F aan baar geld verzameld. Het hoeft geen betoog dat dergelijke feiten ons spoorwegpersoneel tot eer strekken. Hoed af voor zoveel eerlijkheid.

 De show der verloren voorwerpen

Welke groothandelaar heeft 838 regenjassen en 684 regenschermen in stock ? Wel die konden we op 30 juni 1956 in onze bewaarplaats bewonderen. Een zuiderling kan dit overdreven vinden, maar wij weten dat dergelijke voorwerpen tot onze nationale klederdracht behoren.

Maar dat is niet alles. We konden in onze bewaarplaats ook vaststellen dat 109 mannen hun broek of vest hadden achtergelaten en 523 heren hun hoed alleen lieten verder reizen Ook vergaten 219 vertegenwoordigsters van het zwakke geslacht dat een keurige dame steeds een hoed draagt. Als we die cijfers even vergelijken, stellen we zonder moeite vast dat de man, zijn gewoonte getrouw, alweer de kroon spant. En dan spraken we nog niet van de 783 petten, alpenmutsen, kepies, noch van de 31 overjassen.

Sommige voorwerpen worden meestal in een bepaald seizoen verloren ; 69 foto toestellen. 74 wandelstokken en 49 valiezen zijn de opbrengst van de vacantie-periode. De winter levert 1.895 sjalen en 4.324 paar handschoenen. Andere voorwerpen onderscheiden zich veeleer door hun buitenissigheid : 485 aktentassen, 327 brillen, 23 voorschoten, 325 geldbeugels met of zonder geld, 149 dameshandtassen, 87 pijpen, 50 armband horloges (grootvaders uurwerk is heden geen sieraad meer, maar de stevige ketting bood alleszins meer veiligheid).

Verder pralen in het depot nog 163 paar schoenen, 74 paternosters. 196 vulpennen, 4 fietsen, een hele hoop treingidsen, één laddertje, één jachtgeweer, één tropenhelm, één bolhoed (misschien was de eigenaar wel tevreden dat hij hem kwijt gespeeld had), één pastoorshoed, één vals gebit, één korset en een uitrusting om onder water te vissen.

Een unicum in de geschiedenis der gevonden voorwerpen is een vogelkooi met een levende parkiet. Een bediende van de bewaarplaats ontfermde zich over het diertje tot de eigenaar het afhaalde. Er kwam ook een kinderrijtuig toe, maar dat was gelukkig leeg.

Dit is de kleurrijke inventaris van de vergeten voorwerpen die op 30 juni 1956 te Brussel-Leopoldswijk een plaatsje gevonden hadden.

 Wie vindt baat bij al die verstrooidheid ?

De Maatschappij bewaart angstvallig al deze voorwerpen gedurende zes maanden en maakt ze daarna over aan de Administratie van de Domeinen. Deze dienst richt tweemaal per jaar een openbare verkoop in en we kunnen u verzekeren dat er dan gelegenheid is om een zaakje te doen. Een plastic regenmantel wordt bv. tegen het democratisch prijsje van 1 F verkocht. Wie profiteert ervan ?

De opbrengst van de verkoop wordt in de Schatkist gestort, wat bewijst dat de verstrooidheid het algemeen nut ten goede komt.


Bron: Het Spoor, april 1957

(Foto’s Delise.)