Homepagina > Het Spoor > Geschiedenis > Van Sporeghem Junior > Omgrenzingsprofiel van het rollend materieel
Omgrenzingsprofiel van het rollend materieel
Phil Dambly.
dinsdag 14 december 2021, door
Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]
| Buiten Europa |
Een grappige vaststelling is ongetwijfeld dat de Japanese en Afrikaanse netten met smal spoor een groter profiel van vrije ruimte bezitten dan de British Railways met hun normale spoorbreedte. De breedte van sommige moderne locomotieven van Centraal Afrika vertoont daarentegen vrijwel geen verschil met die van de Europese machines. Laten wij o.m. de kastbreedte vermelden van de elektrische locomotieven van de K.D.L. (3 m.), die enigszins die van de machines der N.M.B.S, overtreft (2,92 en 2,94 m.).
In de Verenigde Staten hield de hoogte van het profiel van vrije ruimte vooral verband met de reusachtige stoomlocomotieven (4,79 tot 5,25 m. aan de schoorsteen). De hoogte van de diesellocomotieven schommelt, naargelang de modellen, tussen 4,24 en 4,55 m. en bereikt zelfs 4,96 m. voor sommige bijzondere typen. De breedte van de kasten bedraagt 3,05 tot 3,15 m., maar door de wijdte van de leuningen en de treeplanken bereikt de totale breedte meer dan eens 3,27 m. Indien er in de U.S.A. niet bijster veel elektrische locomotieven zijn, dan zijn zij daarentegen indrukwekkend groot en treft men er 2-D-D-2 locomotieven aan van 4,72 m. aan het dak. Op die lijnen kunnen rijtuigen rijden die 25,80 m. lang, 3,05 tot 3,15 m. breed en 4,05 tot 4,20 m. hoog zijn.
(B.C.K. en Spoorweg van de Grote Meren)
Verenigde Staten : Spoor : 1,435
Soo line
Bron: Het Spoor, maart 1965
Rixke Rail’s Archives