Homepagina > Het Spoor > Over ... en ... > Over berg en spoor > Langs de oevers van de Vesder
Langs de oevers van de Vesder
R. G.
dinsdag 30 augustus 2022, door
Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]
De Vesder weerspiegelt geenszins die onstuimigheid, die wilde ongerepte schoonheid welke de Ourthe en de Amblève kenmerken. Ontsprongen aan de bronnen van de Hoge Venen, in het hart van het Hertogen-woud, baande zij zich destijds een weg dwars door de laatste uitlopers van het Ardense bergland waarvan zij thans, tussen Pepinster en Eupen, tegenover de heuvelkammen en bosjes van het land van Herve, de noordelijke grenslijn vormt.
Haar naam is een afleiding van visara – waterloop –, een Keltisch woord dat zelf afkomstig is van het Indo-Europese veis – lopen – waaraan eveneens de Vézère, de Wezer en de Weichsel hun naam ontleenden. De Vesder is een rustige, trage rivier. Haar zacht en vollend water, dat bijzonder geschikt is voor de bewerking van schapevachten, deed een wol- en lakennijverheid ontluiken waarvan de buitengewone ontwikkeling achteraf vrij vlug de roem van Verviers en Eupen zou vestigen. Ondanks haar industriële roeping blijft deze zozeer miskende „veenrivier” bekoorlijk en lieftallig. Gedurende gans haar loop boeit zij inderdaad de wandelaar door haar landelijk en dartel aspect. Sommige verloren hoekjes behoren tot de mooiste en heerlijkste van Wallonië.
Van alle gelijkaardige rivieren is de zeventig kilometer lange Vesder, die door heel wat trein- en autobusverbindingen wordt bediend, ongetwijfeld de enige die men, zonder overhaasting, in een dag kan bereizen. Zij is zelfs de enige waarvan men, over het grootste gedeelte van haar loop, de verborgen plekjes en de schoonheid van uit de trein kan ontdekken en waarderen, iets wat heel wat toeristen niet versmaden. Dit is te danken aan het spoor dat, in 1838, ter gelegenheid van de beslissing de lijn Antwerpen-Luik tot aan de Pruisische grens te verlengen, het heel wat leuker en dichterlijker vond langs de oevers van de rivier te dromen dan dwars door de weilanden van Herve naar Aken te lopen. De talrijke tunnels en bruggen die hiervoor moesten gebouwd worden, heeft Victor Hugo in zijn reisindrukken op onvergetelijke wijze beschreven.
Gij hebt Luik met haar betoverend schouwspel van klokketorens en schouwen verlaten. Achter u ligt het bedrijvige Chênée en de blanke, kalme Ourthe die aldaar de Vesder ontvangt. In de uitholling van de vallei onderscheidt men, in een chaos van rotsen en bomen, de droomhuisjes met hun leien daken van Vaux-sous-Chèvremont. Het dorp is vermaard om zijn Mariale bedevaart die, in 1688, deor Engelse Jezuïeten, uit hun land verdreven door het Protestantisme, ingesteld werd. De kerk van Chèvremont, die in 1928 tot de rang van basilica minor verheven werd, klampt zich vast aan de top van een zeer steile heuvel, een ware voorsprong vanwaar men op een prachtig landschap neerblikt. Vaux-sous-Chèvremont, dit heiligdom van de Luikse gastronomie met haar alom geprezen fricassèye, daagt op als de bakermat van de Merovingers. In handen gevallen van een beruchte baron, werd zijn kasteel, waarvan de grondvesten onlangs werden blootgelegd, in 966 na een bloedige tragedie door Notker verwoest.
Twee kilometer verder ligt Chaudfontaine dat, inzake culinaire genoegens, al even beroemd is. Hier worden, inderdaad, sedert onheuglijke tijden, elk jaar in de geur van knappend spek en geroosterde worsten, die gulle inhuldigingsmaaltijden van de ridders van de „fricassèye” gehouden. Chaudfontaine, dat zozeer geliefd werd door Walter Scott en koningin Hortense, is verder nog bekend om zijn vermaarde thermale en minerale bronwateren. Deze bronnen zijn zeer oud, men sprak er reeds over in een keure die uit de tijd van Notker dagtekent.
Alvorens de streek van Chaudfontaine te verlaten zullen wij nog het oude dorpje Forêt gaan bezichtigen. Dit hoekje, dat zich zowat honderdvijftig meter boven de Vesder uitstrekt, is ongetwijfeld een van de rustigste uit de omgeving. Hier kan de wandelaar het zeer mooie „Chateau des Roches” en de puinen van het romantische Miremont bewonderen. Ook de antieke kerk verdient uw belangstelling. Volgens de overlevering werd zij opgericht op de ruïnes van een kapel die door Pepijn van Herstal werd gebouwd. In een grot van het dorp, Trou des Sotais genaamd, werden, in 1833, beenderen gevonden van mammoets, neushorens, beren, leeuwen en hyena’s, dieren die leefden in hetzelfde tijdperk als die raadselachtige Chelléens welke, volgens de bewering van een onbekende Luikse dichter, ongeveer dertig duizend jaar vóór onze tijdrekening, het goede land van de Vesder zouden bewoond hebben.
En daar is Trooz, net een gehucht uit een prentenboek, dat door een operettekasteeltje beheerst wordt. De bochten worden steeds talrijker. Lijdzaam volgt de trein hun grillige loop en brengt ons al over het woeste Fraipont naar het dorp Nessonvaux. Deze plaats is bekend om haar omkorstende bron die de voorwerpen welke men er in drenkt met een kalklaag overdekt. De weg naar Olne, een prachtige bergengte die in zigzaglijn naar de toppen van Soumagne en Herve klimt, mag als een van de merkwaardigheden van de streek beschouwd worden.
Met haar bergengten, haar bochten en haar hoge rotsen verwekt de Vesder hier een grootse indruk. Maar het zijn zeker de tunnels die aan het landschap zijn meest dichterlijke sfeer verlenen. In een spel van licht en schaduw doen deze lange, geheimzinnige gangen, met hun naar licht snakkende mondingen, aan een doolhof denken.
Pepinster bekleedt een voorname plaats in de geschiedenis. Karel Martel werd er geboren, waarschijnlijk in het kasteel der Mazures, gebouwd op de grondvesten van een zeer oude ridderhofstede die, trouwens, in het jachtseizoen een der meest geliefde verzamelplaatsen van de Pepijns en van Karel de Grote zou geweest zijn. Op het kasteel van Sohan, een andere roemrijke plaats, overleed graaf de Las Cases, de metgezel van Napoleon op Sint-Helena.
Maar Pepinster is ook een verrukkelijk vakantieoord. Tancrémont, Banneux, Goffontaine, Wegnez, Oneux, de ene bekend als bedevaartplaats, de andere eenvoudige, bevallige, ongekunstelde dorpjes, zovele parels die als een gracieus snoer rond de stad gestrooid liggen!
Of zult gij langs de onrustige Hoëgne naar Franchimont gaan? Een uurtje wandelen scheidt u van deze heldengrond. Verwijl, onderweg, even bij die vreemdsoortige rotsen welke in de streek de Duivelsmuren genoemd worden. Mefisto, zo vertelt de legende, zou op zekere nacht, uit wraak tegen de heilige Remaclus die aldaar het heidendom had uitgeroeid, de Hoëgne versperd hebben om de streek te doen overstromen. Verschrikt aanriepen de inwoners de heilige Hermes, hun patroon, die de dam doormidden spleet en de stenen aldus op de oevers opeenstapelde dat ze wel een muur gelijken. Eenvoudig volksgeloof, waarin sommigen reeds enige overeenkomst met tal van andere legenden uit die streek zullen bespeurd hebben.
Daar slaakt de trein zijn fluittoon; het mooie avontuur gaat verder. Wij doortrekken Verviers, een nijverige stede, bekend om haar vermaarde rijsttaarten. Verviers is een welvarende handelsstad die thans, met haar voorsteden, ongeveer 120.000 inwoners telt. Lemonnier noemde haar een „industriële drukknop”. Victor Hugo, die beslist een bewonderaar van de Vesder was, beschreef haar als „het verrukkelijkste dal ter wereld dat nu eens ravijn, dan weer tuin is, maar steeds een paradijs blijft”.
En verder rijdt onze trein, en verder dwalen onze blikken naar andere ontdekkingen. Plots, als een decor voor een Middeleeuws toneelstuk duikt Limbourg op!
In werkelijkheid bestaat de stad uit twee delen: Dolhain de „benedenstad” en Limbourg de „bovenstad”, een stenen schip dat zich aan de steen vastklampt, gelegen aan het einde van een steile weg. Limbourg, oude hoofdplaats, eertijds hertogdom, symbool van vervlogen roem, bewaart nog steeds de herinnering aan haar geducht versterkt kasteel, gebouwd, in 1064, door Walram I, de stamvader van die machtige familie, waaruit het tweede geslacht der hertogen van Luxemburg en meerdere Duitse keizers gesproten zijn. Thans is Limbourg nog alleen maar een dode stad die binnen haar eerbiedwaardige muren wat rustige schaduw herbergt. Jong en vitaal, heeft Dolhain het getaande blazoen opnieuw verguld. Bewonder haar merkwaardige boogbrug over de Vesder. Deze spoorwegconstructie, een meesterwerk van kracht en sierlijkheid, is tweehonderd achtenzestig meter lang; zij telt eenentwintig bogen die een overspanning van tien meter hebben en twintig meter hoog zijn.
Vanaf Dolhain loopt de spoorbaan noordwaarts, waar de grensplaats Herbesthal haar wenkt. Wij moeten dus afscheid nemen van onze vriendelijke trein. Wij worden evenwel niet zo maar aan ons lot overgelaten: autobussen wachten ons op; zij zullen ons langs struikgewas en kreupelhout naar de geheimzinnige tuinen van de bovenloop van de Vesder voeren. Daar bevindt zich de vermaarde stuwdam van de Gileppe onder het waakzame oog van een „trouwe” leeuw, een werk van beeldhouwer Felix Bouré. In de onmiddellijke nabijheid verkondigt de stad Eupen de lof van haar hotels, haar familiepensions, haar jeugdherberg, haar kampeerterreinen die met ultra-moderne sanitaire installaties uitgerust zijn, haar prachtige vergezichten en, natuurlijk, haar reusachtige stuwdam, het grootste bevloeiïngswerk van die aard in gans België.
Wij spraken niet genoeg over Eupen, wij bezongen onvoldoende het land van Eupen. Naar mijn gevoelen is het een der meest sympathieke gouwen van België, een heerlijk vakantieoord. Eupen, toegangspoort tot de Hoge Venen, knooppunt van weg- en spoorverkeer, Mekka van de folklore, verrast haar bezoekers, die er hartelijk onthaald worden, telkens weer op aangename wijze. Welaan dan, draal niet langer en trek naar Eupen! Begeef u op haar paden: in de warme geur van lorken en dennen zullen zij u leiden naar Hasebusch, Neu Hattlich, Reinartzhof, zovele parels van onvervalst natuurgenot. Stoei in de wateren van de Helle en de Getz..., luister te Monschau naar het eerste gemunnel van de Vesder..., droom in de wijde bossen van de heldhaftige ridders uit lang vervlogen tijden... en dank Eupen voor al het mooie en het heerlijke dat deze streek voor u bewaarde.
Bron: Het Spoor, juni 1962
Rixke Rail’s Archives