Homepagina > Het Spoor > Wist U dat ? > België: Alvorens men het vergeet

België: Alvorens men het vergeet

zaterdag 28 januari 2023, door Rixke

Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]

In zijn aprilnummer stipt het Informatieblad van de Handelsdirectie aan dat, indien onze basisindustrie en ’s lands economie zo weinig hebben geleden onder de strengste winter van deze eeuw, dit in hoge mate aan de spoorweg en aan de spoormannen te danken is.

Wegens hun hoge ligging zijn de installaties van Sourbrodt, de belangrijkste van de Eiffellijn, ten zeerste blootgesteld aan het gure weer. Tijdens de voorbije winter daalde het kwik er op zekere dag tot 29° onder het vriespunt. Het beeld hierboven herinnert aan die periode: de sneeuwruimer in volle actie.
Foto R. Sarlette.

De spoormannen hebben heel wat moeilijkheden overwonnen: massale verschuiving van verkeersstromen veroorzaakt, enerzijds, door de lamlegging van de steengroeven en van de bouwnijverheid en, anderzijds, door de haast wanhopige oproepen om hulp van industriëlen en handelaars wier normale vervoerwijzen in gebreke bleven; immobilisatie van duizenden wagens waarvan de inhoud was vastgevroren; technische moeilijkheden waaronder ons materieel en onze installaties te lijden hadden... Dank zij hun toewijding en hun organisatiegeest hebben zij uitzonderlijke prestaties geleverd: per dag hebben zij 12.000 tot 13.000 beladen wagens voor vervoer aangenomen; in de haven van Antwerpen werden, per week, gemiddelden bereikt van 300.000 t, tegen 175.000 t in normale perioden; aan de Kempense kolenmijnen hebben zij 400 tot 500 wagens per dag meer geleverd en, gedurende de eerste twee maanden van 1963, hebben zij 1.231.000 ton ingevoerde brandstoffen vervoerd tegen 843.000 ton gedurende de overeenstemmende maanden van 1962.

Laten wij nog aanstippen dar het spoor ongeveer 5 % meer reizigers heeft vervoerd, dat 64 % van de treinen op het gestelde uur hun bestemming bereikten en dar de meeste andere slechts geringe vertragingen hebben opgelopen.

Ofschoon die buitengewone prestaties ons terecht tot vreugde stemmen, willen wij hier toch onderstrepen dat het spoor zijn financiën slechts kan saneren wanneer het zijn middelen aanpast aan het vervoer dat het normaal moet verzekeren. De N.M.B.S. zal niet altijd reserves aan wagens en locomotieven behouden om alleen maar als reddende engel op te treden. De hogere instanties dienen met deze toestand rekening te houden en de gebruikers mogen niet uit het oog verliezen dat een al te exclusief beroep op verkeersmiddelen die volledig van de weersgesteldheid afhankelijk zijn, heel wat narigheden met zich kan brengen.


Bron: Het Spoor, mei 1963