Homepagina > Het Spoor > Gedicht - Lectuur - Schilderij > Mannen van het spoor (V)
Mannen van het spoor (V)
Marthe Englebert.
zondag 26 februari 2023, door
Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]
Een dynamische dienst: de beweging
De trein uit Oostende en die uit Bergen rijden gelijktijdig Brussel-Zuid binnen: door wie wordt hun dienstregeling, hun spoor van aankomst, hun aantal rijtuigen bepaald? Door een der belangrijkste diensten, ofschoon niet bekend bij het publiek, waarvan het personeel de vertrekken en de aankomsten van de treinen bestudeert, de dienstregelingen opmaakt, ze wijzigt, rijtuigen of stellen al naargelang van de behoeften weglaat of bijvoegt.
Ik word ontvangen door de eerste adjunct-stations-chef van Brussel-Zuid, die mij de bezigheden van zijn dienst uiteenzet en welwillend antwoordt op de vragen die ik hem stel om een beter inzicht in de veelzijdige rol van de Beweging te krijgen.
– De Directie legt ons ontwerp-dienstregelingen voor en wij gaan na of het mogelijk is ze in de praktijk toe te passen.
– En waarom zou dit niet?
– U gaat me begrijpen. Laten we even veronderstellen dat de Directie beslist heeft een volgtrein, met vertrek om 11 h 16, tussen Brussel en Charleroi in te leggen. Na enkele weken stellen de stationschef, de wachter of de treinbestuurder vast dat een veertigtal reizigers, die om 11 h 14 uit Gent aankomen, elke dag op het nippertje die trein naar Charleroi missen. Wij stellen dan voor de trein uit Gent te vervroegen, of die naar Charleroi wat te verlaten.
– Gebeurt het ook dat ge een trein als overbodig beschouwt, en zijn afschaffing voorstelt?
– Soms wel. De hoofdwachter is natuurlijk de rechte man om vast te stellen dat het aantal reizigers miniem is, en hij vermeldt dit in zijn treinverslag.
’s Zomers en in de vakantietijd integendeel, moeten volgtreinen worden ingelegd.
– De trein uit Luik vertrekt te Brussel om 9 uur naar Oostende, en wanneer het ’s zaterdags of ’s zondags mooi weer is, mogen wij ons aan een grote toeloop van reizigers verwachten. Even rekenen: „Er zullen ongeveer 400 plaatsen beschikbaar zijn in de trein uit Luik, maar ik mag mij verwachten aan 1.500 vertrekkende reizigers”. In dat geval brengen wij een treinstel op een ander spoor en omstreeks 8 h 50, als wij het perron van vertrek naar Oostende zwart van het volk zien, laten we die trein over de luidsprekers aankondigen; de reizigers hoeven zich dan slechts naar het andere spoor te begeven en in de totaal ledige rijtuigen plaats te nemen. Wij vereenvoudigen de zaak ten zeerste door het treinstel op het nevenliggende spoor aan hetzelfde perron te brengen, zodat massaverplaatsingen vermeden worden.
Alles staat dus gereed, de locomotief is aangehaakt, de treinbestuurder is op zijn post. Alleen de zomer-badgasten weten niet dat de Maatschappij voor hen een tweede trein paraat houdt: de stationschef heeft tot taak te oordelen of zij voldoende talrijk zijn om deze laatste te laten rijden.
– Wij mogen geen berichten over die volgtreinen uithangen, voegt mijn zegsman er aan toe, want hun vertrek hangt af van de weersomstandigheden; gaat het aan het regenen, dan komen veel minder reizigers opdagen en bezetten wij onnodig een spoor.
Zomer- en winterdienstregelingen
Tweemaal ’s jaars stelt de dienst van de Beweging een dienstregeling op die in de vorm van een reisgids verschijnt. De winterdienst loopt tot de laatste zondag van mei. Vanaf die datum rijden de treinen naar Gent door tot Knokke, er worden nog volgtreinen naar de kust ingelegd, de dienst op de lijn Oostende - Dover wordt versterkt, en zo meer.
Heel die organisatie lijkt vrij eenvoudig, doch ze vereist het inzetten van twee adjuncten voor de gewone dagelijkse dienst, terwijl de eerste adjunct-stationschef zich vooral met de extra-treinen inlaat en meewerkt aan het opmaken van de zomer- en daarna van de winterdienstregeling.
– Aan moeilijkheden ontbreekt het niet. Reeds zes weken vóór Pasen, Pinksteren, Hemelvaartsdag en zo meer moeten we bij de Directie de voorstellen voor extra-treinen indienen, en daarbij rekening houden met het aantal reizigers dat het vorige jaar werd opgetekend, evenals met de datum van die feestdagen; het spreekt vanzelf dat er minder reizigers en minder treinen vertrekken wanneer Pasen einde maart valt in plaats van einde april.
De dienst van de Beweging moet dus zo wat voor weerman spelen en tevens over psychologische aanleg beschikken.
– De reiziger, vooral de abonnee, heeft vaste gewoonten Voor hem zou de trein naar Antwerpen liefst elke dag van de week van hetzelfde spoor moeten vertrekken, maar dat kan niet altijd, en als we bij toeval eens een trein, die gewoonlijk op spoor 7 staat, op het laatste ogenblik van spoor 11 moeten doen vertrekken, kunt u er vast op rekenen dat sommige verstrooide abonnees hem die dag zullen missen.
– Ik zou eerder geloofd hebben dat ze het station door en door kennen!
En toch is dit niet zo. De abonnee is geen reiziger als de anderen. Hij komt het perron opgelopen, en zijn blik zoekt het tweede venster van het derde rijtuig, waarachter de vriendelijke tronie van Jan of Mia opduikt, wie hij zijn aktentas toewerpt om zijn plaats vrij te houden. Daarna klautert hij in het rijtuig en installeert zich knusjes voor een spelletje kaart. Bezet helaas een andere reiziger zijn plaats, dan laat het groepje vaste klanten zijn ontstemming duidelijk blijken en speelt het kaart onder de neus of over het hoofd weg van de ongenode gast die dan vaak liever ophoepelt.
Bron: Het Spoor, juni 1963
Rixke Rail’s Archives

