Homepagina > Het Spoor > Maatschappij > De vlaggen van de veiligheid wapperen
De vlaggen van de veiligheid wapperen
maandag 20 maart 2023, door
Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]
Om de mens te beschermen moet men hem rood geven en leiden. En daarom moet men hem vooral leren kennen: ongetwijfeld een moeilijke, maar tevens nobele taak. De kennis van de mens moet een voortdurende zorg zijn van allen die met gezag bekleed zijn.
M. De Vos, Directeur-Generaal, 1956.
Op het stuk van de voorkoming moet een bijzondere inspanning afgestemd worden op de marginale bezigheden, op de nieuwelingen, op de veranderingen... kortom op alle ogenblikken waarop men mag aannemen dat de mens minder met zijn taak vertrouwd is.
M. Faverge, professor aan de V.U.B., 1962.
Men mag aannemen dat, ten gevolge van de toepassing van allerlei nieuwe en steeds meer gediversifieerde industriële technieken, nieuwe en talrijke gevaren zullen ontstaan. Het is onmogelijk om al de geschapen risico’s te ondervangen door het voorschrijven van reglementen. Reglementen kunnen niets anders doen dan algemene richtlijnen geven. Maar het zijn de comités en de afgevaardigden voor de Veiligheid die deze algemeen geldende regelen zullen dienen aan te passen aan de particulariteiten van elke exploitatie, van elke werkzetel, van elk werk.
M. Deprez, docent aan de Universiteit van Gent, 1960.
De zelfcontrole vergt een bestendige morele inspanning. Zij die zich kunnen beheersen, die zich kunnen bedwingen in het spoor van de voorzichtigheid, bewijzen een lofwaardige dienst aan allen en dragen bij tot de vooruitgang. Zij openen de weg naar een betere maatschappij.
M. Horion, professor aan de Universiteit van Luik, 1960.
Het gebeurt dikwijls dat een arbeider wél de handelingen kent die nodig zijn om zijn taak veilig te volbrengen maar dat zijn aandacht niet voldoende is gevestigd op de ONVEILIGE HANDELINGEN. Na een tijdje ervaring zoekt hij zelf naar veilige wegen om zijn doel te bereiken. Bij dit zoeken kan het gebeuren dat hij een handeling stelt waarvan hij niet weet dat ze onveilig is. Het is, derhalve, van het allergrootste belang dat men niet alleen weet hoe men een taak veilig kan verrichten, maar dat men ook tot in het detail nagaat welke de onveilige gedragingen zijn van die taak.
M. De Cock, assistent aan de Universiteit van Leuven, 1961.
Men moet zich inspannen om de atmosfeer die de arbeider omringt, menselijk te maken. Hij mag niet leven in een staat van voortdurende zenuwspanning, zoals iemand die onvoldoende richtlijnen gekregen heeft, noch in de bitterheid, zoals iemand die een onrechtvaardige of een te veeleisende chef heeft.
M. Desmarez, plaatsvervangend professor aan de V.U.B., 1962.
Het is voor de mens een plicht zijn daden op zich te nemen, zelfs sommige handelingen waarvoor hij schijnbaar niet verantwoordelijk is. De meeste, spontane handelingen worden, inderdaad, door het innemen van fundamentele stellingen bevolen (houding tegenover het werk, tegenover zijn arbeidsgroep, zichzelf, de veiligheid, enz.). Het is dus zonneklaar dat de persoonlijke gedragingen niet zonder het volledig akkoord en de wil van de arbeider kunnen gewijzigd worden.
M. Ninane, assistent aan de Universiteit van Leuven, 1961.
Bron: Het Spoor, juli 1963
Rixke Rail’s Archives





