Homepagina > Het Spoor > Geschiedenis > Van Sporeghem Junior > De tunnels

De tunnels

Phil Dambly.

woensdag 30 augustus 2023, door Rixke

Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]

Dank zij de tunnels kunnen de treinen van het ene dal naar het andere rijden, moeten ze niet herhaaldelijk uit de weg gaan voor een of andere rots of voor de kronkelingen van een dal. De reiziger die de schilderachtige oevers van de Lesse of de Vesder doortrekt, geeft zich hiervan ten volle rekenschap.

Bij het bouwen van tunnels worden er wijknissen voor het personeel voorzien alsmede de plaatsen voor de bogen die het uitvoeren van herstellingen mogelijk maken.

Hun verluchting moet nauwkeurig bestudeerd worden. Daar ze bij uitstek vochtige plaatsen zijn, moet er een minimale helling van 2 mm per meter voorzien worden voor de afwatering. Die helling mag niet meer dan 8 mm bedragen, anders is het adhesiecoëfficiënt te laag. Dat coëfficiënt vermindert immers wegens de vochtigheid die de rails gladder maakt.

De methode voor het boren van de tunnels hangt af van de aard van de te doorgraven bodem. In een zachte bodem drijft men in de aarde een schild, gevolgd door een vak met samengeperste lucht om de grondinstortingen te keer te gaan. In een harde bodem gebruikt men boormachines en springstoffen. Voor het doorboren van de Cenisberg had de Belg Mauss mechanische boormachines uitgedacht die de kracht van een waterstraal benutten door bemiddeling van kabels en katrollen, maar men gaf de voorkeur aan boormachines met samengeperste lucht. Deze laatste werd voortgebracht door de hydraulische compressor van de Italiaan Someiller.

Tunnelingang met dubbel spoor.

Bij het leggen van de spoorbanen hebben de tunnels de aanzienlijkste, de langdurigste en de kostbaarste werken gevergd.


Bron: Het Spoor, augustus 1964