Homepagina > Het Spoor > Wist U dat ? > Onder het Kanaal
Alvorens het tracé van de tunnel te bepalen en om zich tegen eventuele verrassingen te beveiligen, heeft men in ’t Nauw van Calais 66 boringen uitgevoerd op een diepte van 100 en 150 m. onder de zeespiegel. Men gebruikte hiervoor een speciaal uitgerust schip en twee zelf-hijsende platformen die de petroleummaatschappijen aanwenden om hun onderzoekingen op zee uit te voeren.
Dag en nacht delven de boormachines uit de zeebodem talloze geologische stalen op die daarna naar de twee laboratoriums van de G.E.T.M. (Groupement d’études du tunnel sous la Manche) verzonden worden. Het laboratorium van Dover heeft tot taak de verschillende geologische lagen in kaart te brengen. Dat van Calais bestudeert de plastische en mechanische hoedanigheden van de rotsgesteenten, voornamelijk de gewichtsverhouding aan kalk, die schommelt tussen 70 en 85 %, alsook de dichtheid, de hardheid en de breukweerstand. Aldus zal de G.E.T.M. weldra over een uiterst nauwkeurige documentatie beschikken waarvan de gegevens beslissend zullen zijn voor het tracé van de toekomstige tunnel.
Hoewel men nog niet weet of de tunnel geboord dan wel met zinkstukken te water gelaten zal worden, mag men thans reeds aannemen dat de ondergrond van het Nauw van Calais zich uitstekend leent tot de in het vooruitzicht gestelde werken.
Bron: Het Spoor, januari 1966
Rixke Rail’s Archives
Onder het Kanaal