Homepagina > Het Spoor > Museum en Museum-lijnen > Het „MOROP”-Congres en het „Museum van het vervoer”
Het „MOROP”-Congres en het „Museum van het vervoer”
donderdag 26 september 2024, door
Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]
Het 15e internationaal congres van de Europese unie van verenigingen van spoorwegmodelbouwers – „Morop” genoemd – werd dit jaar door de Belgische afdeling van die vereniging georganiseerd [1]. De talrijke deelnemers aan deze belangrijke manifestatie werden op een uitgebreid programma onthaald. Naast de uitstappen die op de lijnen van de N.M.B.S. georganiseerd werden, zijn vooral de eerste en de laatste vergadering een succes geweest. Het betreft de openingszitting van het congres onder het voorzitterschap van de Heer Bertrand, Minister van Verkeerswezen, in aanwezigheid van de hh. Lataire, Directeur-Generaal van de N.M.B.S., en Crem, Directeur van de Exploitatie, alsook het bezoek aan de spoorwegafdeling van het „Museum van het Vervoer”.
Op dit ogenblik bestaan er 19 verenigingen of federaties, behorende tot 16 verschillende landen, die bij „Morop” aangesloten zijn. De 146 deelnemers aan het congres van 1968 behoorden tot 14 nationaliteiten.
„Morop” streeft o.m. naar een normalisering van al wat er op het gebied van de spoorwegmodelbouw vervaardigd wordt. De behandelde onderwerpen zijn veelvuldig: reductieschalen, sporen, wielen en assen, begrenzingsprofiel van het rollend materieel en van de vaste hindernissen, voedingswijze van de bovenleiding en stroomafname, bovengrondse leidingen, koppelingen, enz.
De leden van „Morop”, voor wie de spoorweg een liefhebberij of hobby is, hebben niet alleen belangstelling voor schaalmodellen en voor nieuwe tractiewijzen. Alles wat betrekking heeft op de stoomtractie boeit hen. Ze hebben de voormiddag van 7 september dan ook volledig willen besteden aan het bezoek van de tractiewerkplaats Leuven, waar de spoorwegafdeling van het Museum van het Vervoer voorlopig ondergebracht werd.
De bezoekers hebben eerst de tentoonstellingszalen doorlopen, waar de inrichting volop aan de gang is. Men vindt er een unieke verzameling didactische stukken, afkomstig uit de theoriezalen van de vroegere stoom-locomotievendepots. Die verzameling omvat o.m. verschillende typen van stoomverdelingen, een volledige Westinghousereminrichting, verlichte schema’s van het seinstelsel, verschillende doorsneden van stoomketels, alsook al de onderdelen van de stoomlocomotief.
In het oude stoomlocomotievendepot, dat daarna bezocht werd, staan o.m. een tiental locomotieven die voor het museum bewaard werden alsook een groot aantal trams van de NMVB, de MIVB en andere maatschappijen voor stedelijk vervoer.
Hoogtepunt van het bezoek was de voorstelling van de locomotief 18.051, die in september 1966 op de tentoonstelling van het Noordstation prijkte en, „last hut not least”, van de locomotief 53.320 die eerstdaags volledig heropgeknapt zal zijn.
De bezoekers konden rustig de machine bewonderen die eens onze bekendste rangeerlocomotief was. Haar bruine „livrei” is een getrouwe weergave van de werkelijkheid. Alle onderdelen, uit ferrometalen vervaardigd, werden speciaal tegen het verraderlijke roest beschermd. Daar het evenwel belangrijk is te kunnen tonen waaruit een stoomlocomotief was samengesteld, werden enkele vlampijpen opnieuw gemonteerd en werd de binnenzijde van de stoomketel, in bleekgrijze kleur, verlicht. Zulks gebeurde eveneens met de vuurhaard, waarvan het gepatineerde koper enig mooi is. De bezoekers stonden verwonderd over de uitstekende kwaliteit van het geleverde werk en over de uiterste zorg waarmee deze machine door slechts een handvol bescheiden vaklui heropgeknapt werd. Ze stelden er prijs op deze mannen van harte te feliciteren.
De congressisten zijn naar hun land teruggekeerd met de vaste overtuiging dat, indien België toonaangevend blijft op het stuk van de technische vooruitgang, het desondanks niet vergeet welke diensten de stoomtractie bewezen heeft en deze in onze herinnering wenst te laten voortleven.
Bron: Het Spoor, november 1968
[1] Morop: Modélisme Europ.
Rixke Rail’s Archives