Homepagina > Het Spoor > Wist U dat ? > Frankrijk: Verslag-Nora en Witboek
Frankrijk: Verslag-Nora en Witboek
maandag 11 november 2024, door
Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]
Het Witboek „Où va la politique des transports?” werd voorafgegaan door het „Rapport sur les entreprises publiques”, dat bekend staat als het „Verslag-Nora”.
Aangesteld door de Eerste Minister, heeft de werkgroep, voorgezeten door de h. Nora, onderzocht hoe de structuren en het beheer van de ondernemingen waarvan de Franse Staat eigenaar of aandeelhouder is, konden worden verbeterd. Laten we hier vermelden dat het Verslag-Nora in verband met de S.N.C.F. van oordeel is dat, indien de opgelegde lasten behouden blijven (bijv. verminderde tarieven voor grote gezinnen, exploitatie van verliesgevende lijnen, enz.), die lasten berekend, gecompenseerd en rechtstreeks ten laste genomen zouden moeten worden door de begroting van de aanvrager. Die procedure zou de abnormale lasten doen uitschijnen die het spoor worden opgelegd en zou tot een vermindering ervan leiden.
De zienswijze van het Ministerie van Verkeer op de mogelijkheden tot hervorming van de S.N.C.F. wordt in het Witboek weergegeven.
Het relatief aandeel van het spoor in het vervoer slinkt. Naast de welbekende oorzaken van deze achteruitgang zoals de vermindering van de steenkolenproduktie, de „maritimisatie” van de ijzer- en staalnijverheid en de aantrekkingskracht die het autovoertuig op de massa uitoefent, is er, in de goederensector, de verlaging van de verkoopprijs bij de concurrenten, terwijl de gemiddelde kostprijs per t/km bij de S.N.C.F. per jaar met ongeveer 2 % toeneemt, niettegenstaande de vooruitgang inzake produktiviteit. Er zijn ook de betrekkingen die de S.N.C.F. aan de Staat binden en die een geduchte hinderpaal vormen: ze uiten zich in een gebrek aan zelfstandigheid voor al de belangrijke handelingen inzake beheer, zoals de vorming van de prijzen, de vaststelling van de omvang der activiteit, de aard van de investeringen; ze remmen het initiatief en hebben een weerslag op de psychologie van de onderneming.
In geen geval mag men weigeren gebruik te maken van de voordelen die de enorme technische middelen van het spoor bieden, of pogen de onvoldoende aanwending van de spoorweg te verhelpen door protectionistische maatregelen die tot een verhoging van de vervoerprijzen zouden leiden; het komt er op aan te streven naar de hoogste produktiviteit in al de vervoertakken en de specialisatie te vergemakkelijken van elke vervoertak voor de verkeersstromen waarvoor ze een doorslaggevende voordeelsfactor bezit.
De technieken die men reeds onder de knie heeft, kunnen de spoorwegexploitatie snel nieuwe levenskracht schenken en de belangrijke troeven in het licht stellen: hoge snelheid voor verbindingen tussen steden, grote vervoercapaciteit voor frequente verbindingen, geschiktheid om geautomatiseerd te worden, hoog rendement van de volledige treinen en van de gesloten treinen (treinen met vaste samenstelling) met regelmatige ritten, gebruik van containers voor het vervoer van goederen. In dat opzicht zal de geleidelijk tot stand komende tolunie van Europa de spoorweg nieuwe markten voor zeer snel vervoer van grote massa’s over grote afstanden beschikbaar stellen.
Anderzijds blijkt de spoorweg ontegenzeglijk de „sociale vervoerder” die de gemeenschap het minst kost. Het is een machtig vervoermiddel dat weinig plaats vergt en dat voor de bediening van de steden en de buitenwijken de grootste diensten kan bewijzen met minimale investeringen.
Op de eerste plaats dient het financieel evenwicht van de onderneming tot stand gebracht te worden. Daartoe is de Staat van plan in de betaling van de infra-structuurlasten bij te dragen in een gelijke mate als die welke voor de concurrerende transporten geldt (voor de zware vrachtauto’s werd de tarifering sinds 1 oktober 1968 verhoogd door toepassing van de belasting per as) en de lasten te compenseren van openbare dienst die de S.N.C.F. tegen de minste kosten op zich kan nemen.
Bron: Het Spoor, juni 1969
Rixke Rail’s Archives