Homepagina > Het Spoor > Wist U dat ? > U.S.A.: Cybernetische krachttoer
U.S.A.: Cybernetische krachttoer
donderdag 5 december 2024, door
De „Southern Pacific” (SP) een Amerikaans spoorwegnet dat 12 staten bestrijkt, heeft in samenwerking met de IBM een studie gemaakt van de mogelijkheden voor toepassing van een systeem van informatieverwerking (de „Total Operation Processing System”, beter bekend als „TOPS”). De „Southern Pacific” heeft een net dat 23.000 km groot is. Het wagenpark omvat 2.300 locomotieven en 93.000 wagens. De hoofdzetel van de maatschappij bevindt zich in San Francisco.
Het brein van „TOPS” bestaat uit twee computers die in San Francisco staan opgesteld. Een van de computers wordt uitsluitend gebruikt voor de 300 toepassingen waarvoor het eigenlijke systeem dient. Hij zorgt voor het verzamelen en de verwerking van de gegevens. De tweede computer kan telkens worden ingeschakeld om de eerste te helpen. Hij wordt ook gebruikt om bepaalde rapporten samen te stellen. Daarnaast probeert de tweede computer nieuwe mogelijkheden voor „TOPS” uit.
Men gebruikt zeven andere toestellen voor het opslaan van de gegevens. De beide computers hebben een geheugencyclus van 750 manoseconden (1 manoseconde is het 1 miljardste deel van een seconde); een in het geheugen van de computer opgenomen informatie kan in 75 milliseconden door de machine worden teruggevonden.
Meer dan 200 machines van de IBM zullen worden ingezet op de vitale punten van de zogenaamde „on-line-dienst”. Ze zullen de gegevens in de centrale computer invoeren in de vorm van ponskaarten of met een toetsenbord en bij de uitvoer gedrukte teksten of ponskaarten afleveren. Ze zullen eveneens kunnen dienen voor de „off-line-dienst”, voor plaatselijke administratieve werkzaamheden. Bovendien zal de „Southern Pacific” eveneens beschikken over 32 toestellen voor het lokaliseren van de wagens en het analyseren van de samenstelling van de treinen.
Waarvoor zal het „TOPS-systeem” worden gebruikt? „TOPS” zal de dienstregeling van elke op het net rijdende trein in het geheugen opnemen en de ritten van die trein volgen. Wanneer in een station een trein wordt samengesteld, zal er via een eenvoudige kaart een „trein-dossier” worden aangelegd. „TOPS” zal de trein vanaf het vertrek tot de bestemming volgen en automatisch rapporten afleveren, waarin prognoses zijn opgenomen van de aankomst van de trein in elk van de tussenstations. De informatie wordt voortdurend bijgewerkt. Op die manier kunnen de bestemmings-stations hun programma klaarmaken nog voordat de trein arriveert.
Naast de treinbewegingen zal elk eindstation al de andere bewegingen van de wagens signaleren. De stand van de wagens zal telkens worden bijgewerkt. „TOPS” kan ook als bedienings- en controlesysteem werken. Op het stuk van de verdeling van wagens en locomotieven zal „TOPS” nagaan of de uitvoering wel strookt met de gegeven instructies en de „alarmbel” in werking brengen wanneer een wagen op een verkeerde plaats wordt geladen. Men kan tevens de chronologische gegevens ontleden die voorkomen in het dossier van de wagens.
Het kaartsysteem bevat de lijst van al de wagens van de maatschappij en een bijgewerkte lijst van de wagens van andere Amerikaanse, Canadese en Mexicaanse netten. Als door een overgangsstation een onbekend nummer of tweemaal hetzelfde nummer wordt opgegeven, zal de computer onmiddelijk reageren en de verificatie of correctie aan de bron eisen; tevens zullen de bewegingen worden aangeduid die niet het normaal verloop volgen.
Het daarvoor noodzakelijke communicatienet zal voor een belangrijk deel gebruik maken van microgolven; aan het eind van dit jaar zal dit stelsel een lengte hebben van ongeveer 9.000 km, het grootste industriële net in de Verenigde Staten.
Alles wijst erop dat de in „TOPS” geïnvesteerde tijd en geldmiddelen een goede investering zijn. Het betekent een nieuwe stap vooruit op de weg van de informatieverwerking.
Bron: Het Spoor, september 1969
Rixke Rail’s Archives