Homepagina > Het Spoor > Geschiedenis > Getuigen van gisteren > „Ergens is er steeds een overweg...”

„Ergens is er steeds een overweg...”

Paul Pastiels.

dinsdag 24 december 2024, door Rixke

Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]

Bij het ophalen van de ingrijpende veranderingen die de spoorweg gebracht heeft aan de rustige of bedrijvige plekjes in onze dorpen en steden, willen wij het nu hebben over de overwegen. Wie herinnert zich nog die rolhekken (in 1902 waren er 4.265), geflankeerd door twee straatlantaarnen, welke de spoorwegwereld als het ware van de alledaagse dingen afzonderden? In die tijd vertoonde het verkeer nog niet de gevaren die het vandaag kenmerken: meestal bleef een groot aantal overwegen gesloten; ze werden toen enkel geopend om een rustig span door te laten... De „barreelwachteres” kende al haar klanten, de mate van ieders geduld, de toon waarop ze de ene moest en de andere mocht toespreken... En hoevele overwegen zouden ons kunnen vertellen over de homerische ruzietjes waarvan ze getuigen geweest zijn. Ja, in die dagen gunde men zich nog rustig de tijd, zelfs om tegen elkaar uit te varen in een sappig streektaaltje dat, alles bijeengenomen, minder plat klonk dan de banale, holle scheldwoorden die nu uitgekraamd worden...

Geraardsbergen

Vind je ze niet lieftallig, die Oudenaardse Poort te Geraardsbergen? De barrelen vormen de voorgrond van een stemmig hoekje dat zo afgekeken schijnt van het decor van een operette-schouwburg... Het doek gaat op; links, het koor dat een vrolijk wijsje aanheft; het lijkt wel of je de trein hoort naderen... Wie zou er wel verwacht worden?

St.-Genesius-Rode

De OW van St.-Genesius-Rode is reeds meer dan twintig jaar afgeschaft, maar het is reeds heel wat langer geleden dat de lampenist nog, op zijn ladder, de koperen olielampen van de straatlantaarnen onderhield...

Lessen

Te Lessen is het donderdagnamiddag: de scholieren kunnen naar hartelust pret maken, behalve de knaap wiens kruiwagen wellicht iets anders is dan een stuk speelgoed... Terwijl alle jeugdige ogen op de fotograaf gericht zijn, wuift de „dame met het hoedje” blijkbaar naar het nageslacht. Neen mevrouw, wij herkennen U niet, maar uw klederdracht blijft alleszins ren teken des lijd... Opvallend zijn verder de arduinen hoekpalen die de vrije doorgang van de overweg afbakenen: een paar stoere lijfwachten die de barrelen moeten beschermen tegen al te nonchalante voerlui.

Ottignies

Onze fotograaf heeft het waarlijk erg druk. Hier is hij reeds aan het werk te Ottignies. Dit keer gapen niet alle lanterfanters naar ’t vogeltje. Bij het naderen van een mooie vertegenwoordigster van het zogenoemde zwakke geslacht, van haar kleine zus en haar hondje, wacht de fietser nog even alvorens zijn „strijd-ros” te bestijgen. Wie zou het de brave man kwalijk durven te nemen dat hij meer belangstelling heeft voor... het hondje dan voor een onbescheiden lens!

Heist-op-den-Berg

Te Heist-op-den-Berg waren er bijkomende rolhekken nodig om de doortocht van de stoomtram te regelen. Hier ziet u zo’n dappere stomer van de buurtspoorwegen, die geduldig het vertrekuur afwacht vóór een stopsein van de „Belgische Staat”! Een dubbele overweg dus die, te oordelen naar het indrukwekkende „postuur” van de barreelwachteres, op adequate wijze werd bewaakt.

Walcourt

Kleine, plattelandse overwegen worden gemakkelijk in het landschap opgenomen: knusjes genesteld in de zachte glooiing van een klein dal, zien we hier de overweg van Walcourt met al zijn landelijke charme... en zijn lantaarn.

In het boek Haine-Saint-Pierre, nœud ferroviaire du Centre, van Paul Vanbellingen, lazen we onlangs nog in verband met de verlichting van de overwegen, dat de h. Martin Vannespen in zijn verzoekschrift van 21 november 1864 vroeg dat de barrelen die zich op de overwegen bevonden ’s nachts tijdens hun sluitingsuren zouden worden verlicht ter wille van de gevaren die ze vertoonden... Nu zijn er lichtgevende sluitbomen. Maar het zijn niet meer de slagbomen die een gevaar betekenen, doch al die mensen welke zich haasten om een minuut in te winnen die ze dan vaak elders gaan verspillen...


Bron: Het Spoor, maart 1970