Homepagina > Het Spoor > Wist U dat ? > Frankrijk: Parijs - Caen in twee uren per „turbotrein”

Frankrijk: Parijs - Caen in twee uren per „turbotrein”

woensdag 1 januari 2025, door Rixke

Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]

Men weet dat een „turbotrein” ontstaan is uit het samengaan van de spoorwegtechniek en de luchtvaart-techniek. Spoorwegtechniek: van de motortreinen. Luchtvaarttechniek: een gasturbine van het vliegtuigtype. Zo kan men, op lichte voertuigen, over een hoog vermogen beschikken waarmee snelheden van 200 km/u bereikt kunnen worden.

De eerste Franse turbotreinen onderhouden sedert 16 maart snelle verbindingen tussen Parijs en Caen in twee uren. Vanaf 29 juni zullen er bovendien ook turbotreinen rijden op de verbindingen Parijs - Trouville - Deauville en Parijs - Dives - Cabourg.

Elke trein is samengesteld uit vier rijtuigen: twee motorwagens waartussen zich twee aanhangwagens bevinden. Hij kan 188 reizigers vervoeren die een zelfbedieningsrestaurant te hunner beschikking hebben. Ledig weegt het hele stel 144 ton, geladen 163 ton.

Het totale vermogen bedraagt 1 150 kW (1 565 pk). De dieselmotor, een Saurer SDHR, ontwikkelt 330 kW (450 pk) in 1 500 toeren per minuut en wordt met water gekoeld. De turbomotor is een Turmo III FI van Turbomeca, afgeleid van die waarmee de door Sud-Aviation gebouwde „Super-Frelon”-helikopters zijn uitgerust. Gedurende de rit zelf wordt hij gevoed met gasolie en tijdens de startperiode met petroleum zonder parafine. Zijn nominaal vermogen bedraagt 820 kW (1 150 pk) op 15° C onder 1 013 millibar en de nominale snelheid aan de uitgang van de reductor bedraagt 5 700 toeren per minuut.

De transmissie van de dieselmotor is praktisch dezelfde als die van de motorwagens van 330 kW. Ze omvat een hydraulische Ferodo-koppeling en een automatische mechanische Dietrich-versnellingsbak met acht overbrengverhoudingen met ingebouwde omschakelaar. De turbine is voorzien van een hydraulische Voith-transmissie met twee versnellingen, waarvan de eerste een koppelomvormer is en de tweede een koppeling. De omkeerbeweging is in de versnellingsbak ingebouwd.

Door het vermogen van de motoren te verhogen zou men snelheden van 250 en 300 km/u kunnen bereiken. Men mag nu reeds aannemen dat wanneer een nieuwe lijn tussen Parijs en Lyon zou worden aangelegd, de turbotreinen er zouden in slagen beide steden in minder dan twee uur met elkaar te verbinden.


Bron: Het Spoor, juni 1970