Homepagina > Het Spoor > Rollend materieel > Rijtuigen > Dubbeldekrijtuigen bij de nmbs

Dubbeldekrijtuigen bij de nmbs

H. Van den Eynden, eerste ingenieur

vrijdag 11 april 2008, door Rixke

Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]

Sinds enkele jaren wordt de NMBS geconfronteerd met talrijke problemen inzake het forenzenverkeer van en naar Brussel maar vooral met de moeilijkheden dat het doorgaand verkeer in de flessenhals van de Noord-Zuidverbinding veroorzaakt.

Er moest daarvoor een oplossing gevonden worden.

Meer treinen inleggen was uitgesloten omdat dit nu al maximaal is; het aantal rijtuigen per trein nog verhogen kon evenmin wegens de beperkte perronlengte. Vandaar dat gekozen werd voor een oplossing die andere spoorwegmaatschappijen voor soortgelijke problemen reeds vroeger hadden uitgedokterd.

 Het model : de SNCF-dubbeldekker

Voor het zeer drukke forenzenverkeer naar en van Parijs legt de SNCF sinds enkele jaren dubbeldeksrijtuigen in, waardoor het aantal zitplaatsen per rijtuig bijna verdubbelt.

Om veel reizigers binnen de kortst mogelijke tijd te laten in- en uitstappen, zijn zeer ruime balkons en brede deuren uiteraard noodzakelijk. Een en ander werd reeds uitgewerkt in de SNCF-dubbeldeksrijtuigen, die al geruime tijd volledige voldoening schenken. Vandaar dat de NMBS besloot zoveel mogelijk op dit SNCF-ontwerp te steunen, zonder echter enkele aanpassingen te vergeten die tegemoet komen aan voor ons land typische omstandigheden.

 Het NMBS-dubbeldekstel

Het gebruik van dubbeldeksrijtuigen om meer reizigers te kunnen vervoeren, ruimere balkons en bredere deuren voor een vlottere reizigersbeweging, zijn niet zo nuttig als in de eindstations van locomotief gewisseld moet worden. Daarom wordt het dubbeldekstel een trekduwtrein met een loc aan stuurstand aan de andere, zodat het geheel als een gesloten eenheid rijdt.

Door het invoeren van een bovendek is het noodzakelijk het «gelijkvloers»te verlagen tot waar het ruimteprofiel dit toelaat. Hierdoor verdwijnt echter ook elke mogelijkheid om apparatuur onder de rijtuigkast aan te brengen. Vermits alle beschikbare ruimte voorbehouden moet blijven voor de reizigers zijn de dubbeldekkers voor hun volledige energievoorziening afhankelijk van het rijtuig met stuurstand (BDX), dat de centrale energie-overzetter en laagspanningsbatterij bevat. Hierdoor wordt de samenstelling echter beperkt tot maximaal 10 rijtuigen, het BDX-rijtuig inbegrepen. Ook de omvormer is beperkt in vermogen.

Overigens stelt de onvermijdelijke spanningsval over de elektrische leidingen van het stel grenzen aan het maximaal bereik van het aantal rijtuigen.

 De rijtuigen

Zoals reeds vermeld, werd bij het ontwerp uitgegaan van volgende basisideeën :

  • de rijtuigen, zo comfortabel mogelijk, zouden gebruikt worden voor het vervoer van forenzen.
  • de bestelling moest zo vlug mogelijk geplaatst kunnen worden.
  • de kostprijs moest zo laag mogelijk blijven.

 Het comfort en de kast

Het is onvermijdelijk dat door het gebruik van twee dekken en ruime balkons, wat comfort wordt ingeboet in vergelijking met het conventioneel materieel.

De beschikbare hoogte voor de reizigers wordt drastisch verkleind, zodat de lage plafonds, vooral op het bovendek, het plaatsen van bagagerekken bijna onmogelijk maken.

De vloer van het benedendek ligt lager dan gewoonlijk en men daalt er in af langs een kleine trap. Dan bevindt men zich tussen de langsliggers, die als het ware kokers vormen die aan de bovenzijde vlak uitgevoerd werden. Zodoende kunnen ze als vloer gebruikt worden. Eerste- en tweedeklasrijtuigen zijn volkomen gelijk qua bouw en coupébreedte. Dit vereenvoudigt niet alleen de studie en de bouw maar werkt bovendien kostenverlagend. Om tegemoet te komen aan het reizigerscomfort zijn ook in tweede klas vier plaatsen in de breedte voorzien, tegenover vijf tot hiertoe. Bovendien is de afstand tussen de rugsteunen groter dan bij het SNCF-model, maar toch kleiner dan bij het overige NMBS-materieel. Het hieruit voortvloeiende plaatsverlies wordt voor een deel opgevangen door de langere kast.

Omdat de dubbeldekkers anderzijds op het ganse net ingezet moeten kunnen worden - en niet op welbepaalde lijnen zoals bij de SNCF - beantwoordt de kast aan het universeel Belgisch ruimteprofiel.

Dat verklaart de zeer diep doorgetrokken afschuining van de zijwand naar het dak toe. Al met al is het dus een ontwerp dat duidelijk van het SNCF-model afwijkt en er enkel maar de idee van overhoudt. Deze volledig nieuwe studie werd in een recordtijd door de constructeur uitgevoerd; een prestatie die ook wel eens vermeld mag worden!

 De draaistellen Y 36 P

Gebouwd naar tekeningen van de SNCF, herbergen de draaistellen natuurlijk een reminstallatie en rollen ze vanwege de lage vloer op kleinere wielen dan gewoonlijk. Door de grote capaciteit van het dubbeldeksrijtuig, is het verschil gewicht tussen een leeg en een met reizigers gevuld rijtuig bijzonder groot. Om dit op te vangen is een luchtvering nodig; deze is bovendien comfortabeler dan de klassieke vering omdat ze onafhankelijk is van de bezetting van het rijtuig.

De perslucht voor deze vering komt in principe van de locomotief, doch een persluchtcompressor in het BDX-rijtuig kan haar taak overnemen of aanvullen.

 De balkons

Wanneer de brede toegangsdeuren openzwaaien, vallen meteen het enorme balkon en ... de trap op. Men kan zich inderdaad zeer goed voorstellen dat hier grote mensendrommen met zwier in- en uit kunnen stappen. De twee dekken worden bereikt via twee trappen. Hun schikking is anders dan bij de SNCF, en is te danken aan een studie van de Nederlandse Spoorwegen. Proeven toonden aan dat door het voorzien van een stijgende trap links en een dalende rechts de reizigersstroom beter en -vloeiender verwerkt kon worden dan met een middentrap voor het stijgen en twee zijtrappen voor het dalen.

De SNCF gaat trouwens deze schikking voortaan eveneens op haar dubbeldekkers toepassen.

 Het bovendek

Eens op het balkon heeft de reiziger de keuze : ofwel naar boven of naar beneden. Beide dekken kan hij via een trap bereiken zonder deuren te openen, waardoor een vlotte reizigersbeweging bekomen wordt. Wanneer hij naar het bovendek gaat, (misschien omwille van de nieuwigheid) vindt hij er een voor hem ongewoon interieur nl. een laag en rond plafond, ramen in de zeer afgeschuinde zijwanden... en wat een uitzicht! Van hieruit heeft hij de hem gekende wereld nog nooit aanschouwd, hoewel hij aan het raam misschien de wat benauwde nabijheid van het ruimteprofiel ervaart. Hij zal wel ontdekken dat de kleerhaken aan de uiteinden van de gordijnreels in het geheel ingepast zijn en zodoende niet voor vervelende kwetsuren kunnen zorgen. Tafeltjes of bagagerekken vallen hier, vanwege het gebrek aan plaats, niet te bespeuren.

De stoelen staan immers dichter bij elkaar dan in het overige materieel. Het wordt hierdoor mogelijk de voeten op het verhoogde vloergedeelte te laten rusten. Het lage, smalle plafond en de sterk afgeschuinde zijwanden lieten evenmin nog plaats over voor bagagerekken.

Twee doorlopende lichtstroken, één aan elke zijde van het rijtuig in de hoek tussen plafond en zijwand, zorgen voor een uitstekende verlichting nl. 550 lux op het leesvlak of een derde meer dan in de eerste klas M4-rijtuigen.

Ten slotte nog dit : rokers kunnen best meteen naar het bovendek gaan, waar zich de rokersafdeling bevindt. In het bovendek is het immers gemakkelijker de rook van de plafonds af te zuigen zonder hierbij de niet-rokers te hinderen.

 Het benedendek

Via een kleinere trap rechts, kan men afdalen naar het benedendek, dat evenmin door deuren van het balkon gescheiden is.

Het uitzicht is al vertrouwder, hoewel de zeer lage zitjes wel wat vreemd aandoen als men naar buiten kijkt. Ook hier is het plafond laag maar vlak. Door het met weerspiegelende panelen te bezetten, wordt de ruimte-indruk echter hersteld.

Ook hier dezelfde lichtstroken met hoekarmaturen langs de zijwanden die voor een nog betere verlichting zorgen nl. circa 650 lux!

Bagagerekken en tafeltjes ontbreken eveneens. De noodzaak om de voeten op de verhoogde vloerrand te kunnen zetten is, vanwege het bredere, verhoogde vloergedeelte hier nog dwingerder dan op het bovendek.

Voor het plaatsen van een bagagerek in de lengte was er evenmin een zinvolle oplossing : het gevaar bestond immers dat men zich het hoofd zou stoten bij het opstaan.

Het zou bovendien noodzakelijk geweest zijn de verlichting in de bagagerekken te monteren, zoniet zou dit de kostprijs van het rijtuig merkelijk verhoogd hebben. Niet-rokers kunnen altijd terecht in het benedendek waar steeds een rookvrije atmosfeer gewaarborgd wordt. Het benedendek wordt in het midden nochtans door een wand en een glazen deur in twee gedeeld om te vermijden dat zich een onaangename rooklucht door de afdeling zou verspreiden.

 Het interieur

Bij de inrichting van de dubbeldeksrijtuigen werd rekening gehouden met het feit dat ze op middelgrote afstand ingezet zouden worden voor het vervoer van forenzen, en niet op intercity-lijnen. Met dit idee werd in het ontwerp rekening gehouden. Er werd niet gestreefd naar een zeer luxueuze inrichting maar naar een aangenaam en fris interieur.

Het succes van de M4-rijtuigen indachtig, zijn de tinten ook hier zacht geel en topaas. De handgrepen, deurkrukken, stoelen... zijn rood «gerilsaneerd»; een procédé waarbij de metalen delen elektrostatisch met een dikke laag slijtvaste verf bedekt worden. De armatuur van de verlichting is met hetzelfde rood afgebiesd; waardoor het interieur nog wat aan pit wint en het diepte-effect eveneens ondersteund wordt. De stoelen zijn gelijk voor tweede als voor eerste klas; hier zijn zij wel met stof bekleed en van armsteunen voorzien.

In tweede klas vinden we de kunstlederen bekleding terug van de M4-rijtuigen.

Oranje-rode gordijnen brengen nu ook in tweede klas een kleurige tint. Ze zetten de halfneergaande ramen af die door een kleine kruk op- en neergedraaid kunnen worden. Door eigen gewicht verhindert het mechanisme dat het raam naar beneden zakt. Dat de dubbele beglazing warmtereflecterend is, zoals bij de M4-rijtuigen en de breaks, spreekt haast voor zichzelf.

 De verwarming en verluchting

De rijtuigen worden met lucht verwarmd. Door hun ongewone schikking was het ondenkbaar de haast klassiek geworden ejecto-convectoren aan de vensters van roosters te voorzien. De hinder voor de reizigers zou immers té groot geweest zijn door de nabijheid van de wanden en de lage plafonds.

Daarom gebeurt zoals bij de SNCF, het uitblazen van de lucht enkel op vloerhoogte. Zowel het boven- als het benedendek hebben elk een afzonderlijke installatie die rekening houdt met de binnen- en buitentemperatuur. Bij té hoog oplopende binnentemperaruren wordt een dubbele ventilatie ingeschakeld.

Vanaf de tweede reeks dubbeldekkers wordt de temperatuur geregeld door microprocessors (minicomputers), die een nog betere regeling mogelijk moeten maken. Er worden tevens een aantal defecten in het geheugen gebracht, zodat de onderhoudsploeg gemakkelijker en trefzekerder eventuele fouten zal kunnen verhelpen.

 De omroepinstallatie en radiotelefoon

De dubbeldekkers zijn uitgerust met een moderne omroepinstallatie waardoor het treinpersoneel de gebruikelijke mededelingen ten gerieve van de reizigers kan omroepen. Het laat hen bovendien ook toe met de treinbestuurder te spreken en zelfs met het personeel van de dispatching, dus als het ware een «trein-grond» verbinding. Dit alles moet een snelle en correcte informatie voor de reizigers in de hand werken.

 Het BDX-rijtuig

Het BDX-rijtuig neemt in het stel een aparte plaats in : het bevindt zich steeds aan het andere uiteinde van het stel dan de locomotief en vervult een aantal belangrijke functies. Het laat toe de dubbeldekker te gebruiken als trekduwtrein en ziet er aan een kant dan ook uit als een locomotief. De stuurstand is identiek aan die van de laatst gebouwde locs. Bij koprijden worden van hieruit de bevelen van de treinbestuurder doorgestuurd naar de locomotief, die dan «duwt» en onbemand kan blijven. Om de veiligheid van de treinbestuurder te waarborgen is de stuurstand verhoogd opgesteld en wordt hij afgeschermd door een schokabsorberend schild.

Ook de centrale omvormer van 65 kW is in de BDX ondergebracht; dit is trouwens de enige energiebron van het stel. Zijn taak bestaat in het omzetten van de 3 kV gelijkstroom (door de locomotief van de rijdraad afgenomen) in een 24 V gelijkspanning en een 220 V-380 V driefazige wisselspanning. De enige batterij van het stel met gelijkspanning, wordt in de BDX opgeladen en zorgt voor een deel van de verlichting in de rijtuigen. De driefazige wisselspanning staat in voor de rest van de verlichting en de ventilatoren van de verwarming voor het ganse stel, alsook de aandrijving van de compressor voor de luchtvering. De omzetter van 65 kW en de compressor zijn ondergebracht in het benedendek. Ze zijn zowel van buiten toegankelijk als vanuit een middengang. Speciale brandwerende panelen en deuren moeten een snelle uitbreiding van een eventuele brand voorkomen. Voor het overige onderscheidt de BDX zich niet van een ander tweedeklasrijtuig, met uitzondering echter van de aanwezigheid van een ruimte voor de treinwachter en een speciaal compartiment aan het uiteinde van het rijtuig voor een gehandicapte met rolstoel. Om hier het in- en uitstappen te vergemakkelijken, is een hellend vlak aangebracht en zijn klapstoelen in plaats van vaste stoelen gemonteerd.

Door zijn bijzonder karakter zal de dubbeldekker voor een ware omwenteling zorgen in het forenzenverkeer van de NMBS. De capaciteitsverhoging van het dubbeldeksrijtuig had noodgedwongen een vermindering van enkele verworvenheden voor gevolg, doch de NMBS en de constructeurs hebben getracht het best mogelijke compromis uit te werken ten einde de clientèle de grootst mogelijke voldoening te kunnen schenken. Iedereen wenst de dubbeldekker dan ook een succesrijke toekomst toe!

De dubbeldekker in vergelijking met andere rijtuigen
  M5M4 AM 80
  A-B-BDX A B A B
breedte rijtuig 2 830 2 928 2 928 2 900 2 900
coupébreedte 16502 000 1 700 1 877 1 740
afstand tussen de zitting 550 510 600497 500
diepte van de zitting 420 470 420 470 420
breedte van de bank (zonder armsteun) 472,5 480 433,5 480 457,5
totale diepte van de bank 550720 550 690 620
hoogte tussen vloer en plafond 1 949,5 (boven) 1 954,5 (beneden) 2 352 2 2072 280 2 280
Technische kenmerken van het M5-dubbeldeksrijtuig A B BDX
Bouwer Spoorwegmaterieel en metaalconstructies (BN)
Totale lengte   26,4 m 26,4 m 26,85 m
Gewicht  44 t 44 t 49,5 t
Aantal zitplaatsen o totaal 142 146 121
  o rokers 66 33 33
  o niet-rokers 76 11388
Aantal staanplaatsen   160 160 143
Draaistel o typeY36P Y36P Y36P +Y36Px(PC)
  o gewicht 5,8 t 5,8 t 5,8 t-5,9 t
  o wieldoormeter 840 mm 840 mm 840 mm
  o secundaire ophanging     pneumatisch
Max. snelheid       140 km/u.
Schijfrem       OerlikonESt3F
Energieomzetter op het BDX-rijtuig     statische omvormer Acec
  o vermogen     65 kW
  o ingangsspanning    3 000 V DC
  o uitgangsspanningen     24VDC(13,5kW) 380 V AC, 50 HZ (51,5 kW) 3 fasen + o geleider
Batterij op BDX-rijtuig      320 Ah-24V Cadmium - Nikkel
Verwarming       elektrisch
  o type    Manta-Friedmai , luchtverwarming onder bankstellen
  o vermogen     2X26,4 kW onder 3 000 V DC
  o luchtdebiet     2x1 000 m3/u. in normale dienst 2x2 000 m3/u. ’s zomers
  o regeling     BBC
Verlichting       TLD buislampen 18 W en 36 W
  o vermogen 1548W 154SW 1484W
  o sterkte bovendek     550 Lux
  benedendek     650 Lux
Toestellenkast       19 duim modulair systeem
Omroepinstallatie   Neuman, die mogelijk maakt :
  • omroepen van ankondigingen
  • verbinding tussen :
    • treinpersoneel en bestuurder
    • treinpersoneel en dispatching

Bron: Het Spoor, juli 1986