Homepagina > Het Spoor > Wist U dat ? > Europa: De spoorwegen in de nieuwe „Gemeenschap”
Europa: De spoorwegen in de nieuwe „Gemeenschap”
donderdag 20 maart 2025, door
Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]
Het „Europa van de Tien” zag het levenslicht te Brussel op 22 januari 1972. Benevens de Duitse Bondsrepubliek, Italië, Frankrijk en de Beneluxlanden, omvat de verruimde economische gemeenschap thans ook Groot-Brittannië, Ierland, Denemarken en Noorwegen. Die tien landen vertegenwoordigen bijna 34% van de oppervlakte van Europa (behalve de USSR) en 53 % van zijn bevolking.
De spoorwegnetten van deze tien landen maken alle deel uit van de UIC binnen de 26 Europese spoorwegnetten die 25 landen vertegenwoordigen en die het „Europa van de spoorwegen” vormen (met bijvoeging van Turkije).
In dit Europa van het spoor bestaat het spoorwegpotentieel van de „Gemeenschap van de Tien” uit 117 000 km geëxploiteerde lijnen, waarvan er ongeveer 35 000 geëlektrificeerd zijn (30%), 3 000 stoomlocomotieven, 15 000 diesellocomotieven, 7 100 elektrische locomotieven, 3 000 diesel-motorstellen, 5 000 dieseltreinstellen, 1 300 elektrische motorstellen, 75 000 reizigersrijtuigen en 1 100 000 goederenwagens van allerlei typen.
Uit oogpunt van het verkeer, hebben de netten van de „Tien” in 1970 3,3 miljard reizigers vervoerd (45,4% van het totaal der reizigers die door de 26 Europese netten vervoerd worden) – d.i. de wereldbevolking – wat overeenstemt met een volume van 162,3 miljard r/km (50 % van het Europese spoorverkeer); voor het goederenverkeer beloopt de vervoerde hoeveelheid 1 020 miljoen ton (40,1 % van het Europese verkeer), of 207,2 miljard t/km (38 % van het Europese verkeer).
Om dat verkeer te onderhouden en te verwerken hebben de tien spoorwegnetten 1 850 000 ton kolen verbruikt, 294 000 ton stookolie, 2,25 miljoen ton dieselbrandstof en 17 miljard kWh elektrische energie, wat betekent dat de spoorwegen in de economie van de Gemeenschap een belangrijke consument zijn.
Het aantal personeelsleden, in dienst van de spoorweg bedraagt 1 321 500 voor de tien landen van de nieuwe EEG. Gemiddeld een inwoner op 195 werkt bij het spoor in het Europa van de Tien.
Bron: Het Spoor, augustus 1972
Rixke Rail’s Archives