Homepagina > Het Spoor > Toerisme > Even de grens over

Even de grens over

B.S.

vrijdag 1 augustus 2025, door Rixke

Bij je bezoeken aan onze buurlanden moet je beslist ook eens de trein nemen naar het charmante Luxemburg, de hoofdstad van het kleine Groothertogdom. Vanuit Brussel en Luik gaan dagelijks een aantal snelle rechtstreekse treinen naar het spoorwegknooppunt aan de samenvloeiing van de Alzette en haar bijriviertje de Petrus. Want al is het net van de Luxemburgse Spoorwegen (CFL) slechts 271 km lang – waarvan 136 km geëlektrificeerd – toch is Luxemburg ook één van de vele draaischijven in het Westeuropese spoornet.

Luxemburg met zijn ruim 70 000 inwoners, is een stad die je niet overvalt. Een stad waarin het bijzonder prettig is te wandelen. Praktisch is ook dat je voor een bezoek aan het Groothertogdom niet naar een bank of wisselkantoor hoeft te gaan. Je kunt in Luxemburg rustig met Belgische franken betalen. Omgekeerd echter niet, hoewel de waarde van beide munten dezelfde is.

Net als bij de vorige wipjes over de landsgrenzen gaan wij geen wandelingen voor jullie uitstippelen. Wel raden wij aan even binnen te lopen bij de VVV aan de Place d’Armes. Dat kost niets en de mensen van deze dienst zijn er ten slotte om alle mogelijke vragen in verband met de stad Luxemburg te beantwoorden.

De Adolf brug

Tijdens je zwerftocht zul je beslist de monumentale Adolfbrug, genoemd naar Groothertog Adolf, niet mislopen. Deze brug, welke tussen 1899 en 1903 gebouwd werd, is 211 m lang en 46 m hoog. De spanwijdte van de hoofdboog is 85 m. Vanop dit kunstwerk heeft men een mooi gezicht op het Petrusdal, het rotsige Beckbastion, de O.L.-Vrouwkatedraal die troont boven de vestingen van het dal en het Louisbastion.

De vestingen en waranden

Luxemburg was eeuwenlang één der meest versterkte steden van Europa. Niettegenstaande de vesting tussen de jaren 1867 en 1883 werd gesloopt, telt de stad nog steeds talrijke overblijfsels van dit machtig bolwerk. Vele vestingwerken zijn weliswaar tot heerlijke waranden in de bovenstad en omgeving en tot wandelingen door de schilderachtige benedenstad omgevormd, maar er zijn o.m. nog de H. Geestcitadel, de torens van het Rham-plateau, de sierlijke Spaanse torentjes, een net van 23 km onderaardse gaanderijen en de grootse, in de rotsen uitgehouwen kazematten van het Beckcomplex en van het Petrusdal.

De statige, uit 1613 daterende O.L.-Vrouwkathedraal was bij haar oorsprong een Jezuïetenkerk. Het bouwwerk, hoofdzakelijk laatgotisch met renaissanceversieringen, is het werk van een Belgische architect, broeder Jean du Blocq uit Bergen. Eén dak overspant de drie beuken. Na het opheffen van de Jezuïetenorde in 1773 werd de kerk van 1779 af als parochiekerk gebruikt en in 1871, bij de stichting van het bisdom Luxemburg, tot domkerk verheven. Van 1935 tot 1937 werd de kerk vergroot.

Het paleis... het station

Het Groothertogelijk Paleis is helemaal geen indrukwekkend gebouw. Het is het in de periode 1891-1895 door Groothertog Adolf omgebouwd en vergroot stadhuis dat in 1573 was wederopgebouwd. Op een der vlakken van het balkon staat het Boergondisch kruis afgebeeld.

foto J. Dewell

Persoonlijk vinden wij het station van Luxemburg met zijn sierlijke toren dan een stuk mooier... het kan er zo heerlijk wriemelen van internationale reizigers.


Bron: Het Spoor, september 1973