Homepagina > Het Spoor > Maatschappij > De NMBS en de milieubescherming
De NMBS en de milieubescherming
J. Vandenberghen, Eerste Ingenieur
donderdag 14 augustus 2025, door
Er gaat geen dag voorbij of de nefaste gevolgen van de milieuverontreiniging worden aan de schandpaal genageld. Die verontreiniging kan o.m. woekeren dank zij allerlei afval, een kwaal die helaas samengaat met de industriële expansie.
Wij zouden je hierna willen aantonen hoe onze Maatschappij te werk gaat om uitgediende voorwerpen en afval vakkundig op te ruimen en opnieuw te gebruiken.
Schroot
Sedert jaren wordt „onze afval” opgehaald en maandelijks aan gespecialiseerde handelaars te koop gesteld door een bureau dat in ons spoorwegjargon „Schrootbureau” heet. Een gekke naam wellicht, maar dan alleen voor hen die niet weten dat het leeuwedeel van onze afval uit schroot bestaat. Bij wijze van toelichting kunnen we je hier wel verklappen dat onze Maatschappij tijdens het voorbije jaar 44 000 t schroot verkocht heeft, afkomstig van allerhande afbraken, en 35 000 t rails, wat in het totaal 170 miljoen frank opgebracht heeft. Dit schroot gaat naar de staalfabrieken waar het opnieuw gesmolten wordt.
In dat verband is het wellicht meldenswaard dat de Europese Gemeenschap, in 1972, bijna 45 miljoen ton schroot gebruik heeft voor een produktie van 112 miljoen ton staal. Elke ton geproduceerd staal bevat thans gemiddeld 400 kg geregenereerd oud ijzer.
In verhouding tot de globale staalproduktie van de Gemeenschap, is het door onze Maatschappij te koop geboden volume schroot dus vrij gering. Zulks neemt evenwel niet weg dat het zeer gezocht is op de markt vanwege de uiterste zorg waarmee het in onze werkplaatsen gesorteerd wordt. De prijzen die bij onze aanbestedingen genoteerd worden, dienen als referentie voor de marktberichten.
Bij het te koop geboden schroot, dat zorgvuldig gesorteerd en gesneden wordt, dient ook het schroot gevoegd te worden dat afkomstig is van het buiten dienst gestelde rollend materieel. Zo werden, behalve die welke niet onder het verkoophamertje vielen omdat ze voor het museum bestemd waren, al onze oude stoomlocomotieven aan schroothandelaars verkocht.
Een andere „schrootbron” is op dit ogenblik ons wagenpark dat grotendeels vernieuwd wordt. Het buiten dienst gestelde materieel wordt in versneld tempo naar de schrootbelt verwezen.
Stukken die nog bruikbaar zijn, zoals koppelschroeven, buffers, enz., worden gemerkt en zorgvuldig gedemonteerd. Op die manier kunnen oude wagens in dienst gehouden worden zonder nieuwe stukken te moeten aankopen.
Mooie oude reizigersrijtuigen konden wij nog zeer gemakkelijk kwijt aan verscheidene Europese spoorwegmusea; de overige, daarentegen, sneuvelen onverbiddelijk onder de hamers van de schroothandelaars. Nee, de Maatschappij laat zich helemaal niet vermurwen door hen die zo’n rijtuig, al was het dan ook maar tijdelijk, als woongelegenheid wensen te gebruiken.
Ten slotte zijn er ook de afgedankte autovoertuigen waarvan het aantal evenredig is aan de mechanisering van onze onderhoudsdiensten. De autokarkassen die aldus met de jaren in aantal stijgen, worden naar slopingswerkplaatsen gevoerd.
Een van onze voornaamste schrootafnemers heeft een origineel procédé uitgewerkt. De afgedankte voertuigen worden door een enorme driedubbel werkende pers samengedrukt en vervolgens in vloeibare stikstof tot -160° C afgekoeld.
Bij een dergelijke lage temperatuur worden de materialen breekbaar als glas. Op dat ogenblik kunnen ze in een krachtige hamermolen tot kleine stukjes verbrijzeld worden.
Non-ferrometalen
De non-ferrometalen, zoals koper, aluminium, nikkel, lood en zilver, die van de ferrometalen worden geschift door een magnetisch afscheidingstoestel, zijn natuurlijk niet minder belangrijk.
Koper, dat trouwens steeds de roep van edel metaal heeft gehad, is te allen tijd zelfs zeer gezocht geweest. Een sprekend bewijs hiervan zijn onze oude lantaarnen die als zoete broodjes van de hand gingen, ook al dienden de vele spoormannen die ze kochten urenlang te poetsen om ze hun vroegere glans weer te geven.
Terloops gezegd, de jaarlijkse wereld-produktie van koper op basis van erts, bereikt op dit ogenblik 6,5 miljoen ton; de produktie afkomstig van gerecupereerde afval bedraagt 1 miljoen ton.
Ons gerecupereerd koper dat nog in goede staat is, komt terecht in een fabriek waar het, overeenkomstig een contract dat onze Maatschappij met deze inrichting afgesloten heeft, geregenereerd wordt. Wij „krijgen” het daarna terug in de vorm van zuiver koper dat gebruikt wordt voor de fabricage van draad en kabels voor bovenleidingen, elektrische kabels, enz. Koper waaraan nog andere metalen kleven of dat nog door isoleerstof omgeven is (bijv. elektrische kabels), wordt te koop geboden.
Tot nog toe werden de elektrische kabels traditiegetrouw van hun rubber-isoleerstof ontdaan door verbranding. Die primitieve werkwijze biedt het nadeel dikke, verontreinigende rookwolken te veroorzaken en herbruikbaar koper van mindere kwaliteit op te leveren.
Er werden nieuwe technieken uitgewerkt die deze inconvenienten verhelpen. Zo is er het Brits procédé dat de materialen afscheidt op een gefluidiseerd bed. Het principe van deze techniek bestaat erin lucht te stuwen door een poedervormige omgeving waar de verschillende materialen gescheiden worden volgens hun soortelijk gewicht. Koper, dat het hoogste soortelijk gewicht heeft, blijft op de bodem, terwijl isolerende deeltjes, die lichter zijn, bovendrijven.
Buiten koper wordt er ook lood. nikkel en cadmium gerecupereerd, voornamelijk uit de batterijen die gebruikt worden voor de verlichting van de rijtuigen en in de installaties van de seininrichting.
De buiten dienst gestelde batterijen worden bijeengebracht in een werkplaats die de elementen welke nog opnieuw gebruikt kunnen worden, recupereert en de onbruikbare afdankt.
De uitgediende lood- of nikkel-cadmium-houdende accumulatorelementen worden verkocht aan gespecialiseerde firma’s die ze van de bruikbare metalen ontdoen. Zelfs de fixeerbaden die onze gewestelijke geneeskundige centra in hun radiografische afdeling gebruiken, ontsnappen niet aan de recuperatie-ijver van onze gespecialiseerde diensten. Deze diensten hebben het namelijk gemunt op de concentratie van zilverzouten die zich in die baden vormen. Het zilvergehalte van die baden kan, zoals elke amateur-fotograaf wel weet, toenemen als gevolg van de chemische reacties welke erin plaatshebben. Hoe dan ook, elk jaar worden er 1 000 liter uitgeputte fixeerbaden verzameld, wat bijna 5 kg zilver oplevert.
Dat vele kleintjes een grote maken, wordt dus ook hier weer eens bewaarheid. Reken maar: ongeveer 1 000 ton non-ferro-metalen die een slordige 17 miljoen opbrengen, het loont dus wel de moeite.
Organische stoffen
Als derde categorie in de rij van de te recuperen produkten komen dan de organische stoffen.
In deze groep nemen de afgedankte dwarsliggers de belangrijkste plaats in. Heel onze produktie wordt vooruit verkocht aan gespecialiseerde firma’s die ze sorteren en ze voor andere doeleinden gebruiken.
De buiten dienst gestelde dwarsliggers – nagenoeg 40 000 m³ – werden tot nog toe hoofdzakelijk gebruik als stuthout in de steenkolenmijnen en ook als brandhout.
Wegens de geleidelijke sluiting van de mijnen en de veralgemening van het gebruik van aardgas en vloeibare brandstoffen voor huishoudelijke verwarming, diende men naar andere afzetgebieden uit te zien. De niet verrotte dwarsliggers worden meestal gebruikt om grond in tuinen te schoren of als omheining van weekendhuisjes van het „ranch”-type. Aldus belandt de buiten dienst gestelde dwarsligger weer op zijn beginpunt; hij keert terug naar de natuur waar hij zijn verdere levensdagen slijt en in het landschap opgenomen wordt.
Oud papier
Ten slotte is er het papier waarvan de verbruikte hoeveelheid evenredig is aan de omvang van de onderneming.
Verouderde archieven bezorgen ons jaarlijks 270 t papierafval die terugkeert naar de papierfabrieken waar hij tot herbruikbaar papier verwerkt wordt.
Dagelijks worden „onze” papiermandjes geledigd. Alleen reeds voor de kantoren van de directies levert dit jaarlijks 170 t oud papier op. Het is wellicht overbodig hier erop te wijzen dat de papiermandjes geen vergaarbakken zijn voor allerlei overschotten, waaronder zelfs gevaarlijke zoals bijv. glas. In dat verband is het trouwens verheugend vast te stellen dat de inspanning die door het betrokken personeel gedaan werd om de kwaliteit van het scheurpapier te vrijwaren, niet vergeefs geweest is. Inderdaad, de prijs-offerte van de firma aan wie de aanbesteding voor het jaar 1973 toegewezen werd, is met 50 % verhoogd.
Besluit
Uit wat voorafgaat moge blijken dat onze Maatschappij, ook al gebeurt zulks niet helemaal belangeloos, een niet te verwaarlozen inspanning levert om het leefmilieu te beschermen. Indien ze daarin slaagt op een wijze die vele andere ondernemingen tot voorbeeld zou kunnen strekken, is zulks vanzelfsprekend ook te danken aan de spoormannen die eveneens in dat opzicht van een ware verantwoordelijkheidszin getuigen.
Bron: Het Spoor, oktober 1973
Rixke Rail’s Archives
