Homepagina > Het Spoor > Geschiedenis > Een ingewijde gids... voor Holland

Een ingewijde gids... voor Holland

donderdag 5 maart 2026, door Rixke

In augustus hebben we je op een drafje België laten bezoeken onder de begeleiding van de „Guide Conty” die, op ’t einde van de vorige eeuw, de roep had degelijk te zijn.

Deze maand nodigen we je uit voor een excursie naar „Holland”. Ook nu zouden we je willen toevertrouwen aan dezelfde Conty, wiens raadgevingen, en dat mag je duidelijkheidshalve niet uit het oog verliezen, dateren van de vorige eeuw. Overigens staan wij erop de lezer te zeggen dat Conty’s zienswijze voor niemand evangelie moet zijn en dat ze, zo menen wij althans, alleszins nu niet geldt.

„Reizen in Holland, zei Conty, kun je alleen maar op de uitdrukkelijke voorwaarde dat je een betrouwbare reisgids bezit of dat je je door aangestelde tolken laat vergezellen. Hoe zou je, inderdaad, zelf je weg vinden door steden die krioelen van grachten en rivieren?”

’n Eigenaardige manier om een land voor te stellen, vind je niet?

Sprekende over de inwoners van dat land zegt hij: „De Hollanders zijn zakenlui en doorgaans koel en weinig spraakzaam; ze nemen zelden een beslissing eer ze rijpelijk hebben nagedacht. De Hollandse vrouwen zijn, in ’t algemeen, groot, welgevormd en passen gelukkig op het reliëf van hun land. Zij zijn, zoals je zelfs zult kunnen oordelen, geaffecteerd koket, een eigenschap die je terugvindt bij de plattelandsmeisjes van o.m. de provincies Friesland, Groningen en Zeeland, die er, met hun hoog opgestoken haar en hun buitennissige oorringen, op feestdagen uitzien als echte Indianen op hun zondags”.

Conty kijkt ook naar de prijzen. „In Nederland is het leven duur, zeer duur, te duur, vooral als je uit België komt, een waar luilekkerland waar de prijzen uitzonderlijk schappelijk zijn” (Ha, die goede oude tijd!)

Verder verneem je nog hoe er geleefd wordt, luistermaar: „Indien je niet de gewoonte hebt je steeds zelf te scheren, zul je het in Nederland niet gemakkelijk hebben, want in dat land zijn de haarkappers werkelijk haarkappers en geen barbiers.”

Anderzijds „is Nederland het land van de zindelijkheid, een zindelijkheid die soms overdreven en vervelend is. Als het zaterdag wordt, beleef je een algemene schoonmaak die begint met het overvloedig afspuiten van de gevel”.

 Hollandse typen

„Benevens de zo gevarieerde Hollandse klederdrachten, moeten we ook nog de nachtwakers, de aansprekers en de lijkbidders citeren. De eersten zijn agenten van de plaatselijke politie, belast met nachtelijke wacht... Ze houden een stok in de hand, aan ’t uiteinde waarvan er een plankje bevestigd is; met dat instrument, dat”klep" genoemd wordt, maken ze een geluid dat als herkenningsteken dient. De aansprekers, die in zwarte rok en dito korte broek gekleed gaan, en een driekante hoed dragen, gegarneerd met een rouwband die tot op de hielen hangt, zijn officiële bedienden die van deur tot deur de overlijdens gaan melden.

Dan heb je de lijkbidders zonder wie in Holland een belangrijke begrafenis gewoon ondenkbaar is. Lijkbidder is een beroep in Holland. De lijkbidders gaan de lijkwagen vooraf en houden een witte zakdoek voor hun ogen. Natuurlijk is de lijkbidder geen officieel personage en zie je hem enkel op begrafenissen van overledenen van 1e klas of die betalen om doden van 1e klas te zijn.

Bij het verlaten van Breda bereikt de spoorweg de prachtige ijzeren brug die het konvooi over het Hollandsen Diep laat rijden, wat gepaard gaat met een donderend geraas dat aan elke brugpijler nog erger wordt. De overtocht heeft iets hels.

Die brug, een meesterwerk van vermetelheid, werd in drie jaar voltooid. Het is wonder om zien hoe die gedurfde constructie zon sierlijke aanblik aan zoveel kracht paart.

Toeristen die zich een idee willen vormen van reizen te water in de Hollandse boten, die trekschuiten, bargen of gondels heten, moeten naar Delft afzakken, vanwaar ze achtmaal per dag, op eigen kosten, in een van die boten naar Den Haag kunnen varen.

Er is niets mooiers dan zo’n tochtje, vooral dan ’s avonds, door een landschap waarvan je de schoonheid niet kent.

De bodemgesteldheid is zo dat elke stap voor een nieuwe verrassing zorgt: hier lijkt een zeilboot op de beemden te dobberen, elders lijkt het wel of een stoomboot over een dijk glijdt.

 Scheveningen

"Achter statige woningen die werkelijk als oogverblinding dienen, zegt de h. Maxime Du Camp, liggen smalle straatjes, armoedige bakstenen huisjes waarin een zwijgzame en armoedige bevolking huist. Op de drempel van die woningen, waar wasgoed, visnetten, rode hemden en resems aan een touw geregen vissen hangen te drogen, verschijnt af en toe een droef, oud en door koorts vermagerd vrouwmens.

De vissers spreken een dialect; hun klederdracht is merkwaardig".

 De Zuiderzee

„... Op het strand van Friesland is men van plan een reuzegrote dijk aan te leggen die de Zuiderzee zal afsluiten. Die onderneming, welke meer dan vijftig miljoen gulden zal kosten, zal Nederland ongeveer vierhonderdduizend hectare land opleveren, een oppervlakte waarmee gerust een nieuwe provincie kan worden opgericht.”

 Zaandam

"Wanneer je van de boot stapt, word je dadelijk overrompeld door een zwerm bedelaars en gebrekkigen die je naar de hut van Peter de Grote willen brengen. Ontmaak je van die opdringers en loop, links van de kade, door een straatje dat je rechtstreeks naar de hut leidt. In deze scheefgezakte hut van grove planken, kwam tsaar Peter I, in 1696, incognito, onder de schuilnaam van Peter Michaïlow, de scheepsbouw bestuderen.

Vandaar de aantrekkingskracht van Zaandam, want al de toeristen die naar Amsterdam gaan, willen dat historisch overblijfsel bezoeken, hoewel het maar een weinig boeiend schouwspel is.

Daar de stad Zaandam geen bezienswaardigheden bezit, kun je na je uitstap liefst gaan eten alvorens naar Broek te trekken.„

 Broek

”Broek, dat in Holland alom bekend is voor zijn overdreven netheid en in alle reisgidsen als een onmogelijk oord geciteert wordt, heet eigenlijk Broek in Waterland, en is een hoogst origineel dorp.

„Koop in een speelgoedwinkel een doos huisjes, schik ze netjes op een tafel en je hebt Broek, d.w.z., een opeenvolging van houten huisjes, het ene geschilderd in een kleur, het andere in een andere.”Vanwege zijn stilte doet Broek me denken aan een ingeslapen dorp. Wat zijn zindelijkheid betreft, welnu die bestaat hierin.

„Speculerend op de nieuwsgierigheid van de vreemdelingen en vooral op hun geldbeugel, slijten de inwoners van Broek hun dagen met schikken, schuren en schoonmaken, zodat hun huis er uiteindelijk als een waar museum gaat uitzien.”Aan de ingang van het dorp is volgend bericht aangeplakt: Vóór en na zonsondergang mag niemand in dit dorp roken, wat enkel overdag geoorloofd is en op voorwaarde dat men zijn pijp van een deksel voorziet; het is eveneens verboden te paard het dorp te doorkruisen, men moet het dier bij de kop vasthouden en het te voet leiden.„Om het tafereel van die lachwekkende zindelijkheid af te ronden, voegen we daar nog aan toe”dat de koestallen zo buitengewoon zorgzaam onderhouden worden dat ze welhaast als salons zouden kunnen dienen; de koeien zelf zijn kraaknet en hun staart is met een snoer aan de zolderbalk gebonden."

O tijden! O zeden!, zou Cicero gezegd hebben.


Bron: Het Spoor, december 1975