Homepagina > Het Spoor > Sneeuw en treinen
Sneeuw en treinen
donderdag 19 maart 2026, door
Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]
Sneeuw en ijzel hebben steeds een nadelige invloed gehad op de dienstregelingen van het treinverkeer. Soms hebben ze de veiligheid van het treinverkeer zelfs in het gedrang gebracht.
Zo kan sneeuw zich bijv. ophopen in de spoortoestellen (wissels), wat hinderlijk en gevaarlijk kan zijn. Immers, bij het omleggen van de tongen van een wissel wordt de sneeuw samengedrukt tussen de aanslagspoorstaaf en de bewegende tong, zodat deze niet aansluit. De tong blijft dan open staan, met het gevolg dat de controle op het seinhuis op een defecte wissel duidt en het sein om die reden niet kan worden opengesteld voor het treinverkeer.
Ook op de perrons van de stations is sneeuw hinderlijk en gevaarlijk. En zelfs langs de spoorlijnen kan, bij zware sneeuwval, de sneeuw de takken van bomen en struiken zodanig belasten dat deze doorbuigen naar het spoor toe en het treinverkeer belemmeren of zelfs onmogelijk maken.
Een „trouwe” vijand
Het zal iedereen meteen duidelijk zijn dat de sneeuw als spelbreker van het treinverkeer zo oud is als de spoorweg zelf. Ongetwijfeld is de manier waarop de sneeuw in de loop der jaren bestreden werd samen met het treinverkeer geëvolueerd. Niet alleen heeft men al doende geleerd, maar het steeds drukker wordende verkeer stelt hogere eisen dan de enkele treintjes die er tijdens de eerste „spoorwegwinter” reden.
Zo is men dan gaandeweg gekomen tot de bekende sneeuwploegen, waarvan de organisatie nauwkeurig omschreven werd. Met alle respect voor de weerman, maar erop rekenen dat hij de tijd zou geven om elk jaar opnieuw de sneeuwploegen te organiseren, zou immers van een oeverloze naïveteit getuigen. Een sneeuwploeg moet, bij wijze van spreken, bij het eerste sneeuwvlokje perfect beginnen te functioneren.
Welnu, daarvoor zorgt een consigne waarin per station of seinpost beschreven staat hoeveel man een bepaalde sneeuwploeg telt, de organisatie van het werk en de verdeling ervan onder de verschillende diensten, alsmede de hulpmiddelen waarover de ploeg kan beschikken.
Terloops gezegd, een sneeuwploeg is vooral samengesteld uit personeelsleden die afhangen van de Dienst van de Baan en wordt, vooral voor de stations, aangevuld met personeel van de Directies E en ES.
Het sneeuwt of gaat sneeuwen...
Ziezo, alles is netjes georganiseerd. En nu maar wachten tot het Koninklijk Weerkundig Instituut van België onze centrale dispatching waarschuwt voor dreigende sneeuw of ijzel. Dit weerbericht, want dat is het in feite toch, wordt dan dadelijk overgemaakt aan de betrokken diensten die vanaf dat ogenblik de voorgeschreven maatregelen treffen om bij het minste „gevaar” te kunnen ingrijpen.
Wanneer het begint te sneeuwen tijdens de werkuren van de ploegen van dienst Baan, begeven de leden van de sneeuwploeg zich ambtshalve naar de posten waarvoor zij aangewezen werden.
Begint het te sneeuwen buiten de werkuren van de ploegen van dienst Baan, dan worden de bedienden die deel uitmaken van de sneeuwploegen en de „plaats van het onheil” bewonen, aan huis opgeroepen. In afwachting wordt al het beschikbare personeel van andere diensten ingezet om de dringende sneeuwruimingen uit te voeren.
Ingeval de weersomstandigheden uitgebreider maatregelen rechtvaardigen, wordt het in het consigne vastgestelde personeel dat buiten het „sneeuwveld” woont, opgevorderd en per auto aan huis afgehaald.
Een harde dobber
Sneeuwruimen is, zoals overigens alle werk dat in de sporen geschiedt, niet van gevaar ontbloot. De hoorbaarheid en de zichtbaarheid, vooral dan wanneer ’s nachts dient geruimd ...(ontbreekt)
Bron: Het Spoor, januari 1976
Rixke Rail’s Archives