Homepagina > Het Spoor > Maatschappij > De spoorweg, het toerisme en de affiche

De spoorweg, het toerisme en de affiche

woensdag 15 juni 2011, door Rixke

Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]

Indien de publiciteit zo oud is als de wereld f zelf, dan is de affiche, als reclamemiddel, in zekere mate een tijdgenote van de spoorweg. In haar modern uitzicht is ze nauwelijks vóór hem ontstaan, maar haar werkelijke invloed heeft ze pas in de glorietijd van de trein gekregen. Rambuteau schiep zijn eerste advertentiekolommen in Parijs, in 1842, toen heel Europa met dolle ijver aan zijn spoorwegen werkte. Minder dan een halve eeuw later, kende de affiche een hoge bloei en vierde de spoorweg triomfen.

A. Fairy, 1900

Deze spoorweg, welke nog bekendheid moest verwerven in de afgelegen streken waar hij zijn cliënteel ging zoeken, heeft zich onmiddellijk van de affiche bediend. Toen wilde hij vooral de toeristen vervoeren, meer bepaald uit de door de natuur minder bedeelde landen naar die waar zon en sneeuw hoogtij vierden. Hij is in zijn opzet geslaagd, heeft het toerisme een hoge vlucht geschonken en er mag terecht gezegd worden dat hij bijgedragen heeft tot het succes van de affiche, die hij vaak met grote artiestennamen liet ondertekenen.

Italië, 1906

(Uittreksel uit een tekst van de Centrale voor Informatie en Publiciteit der Europese Spoorwegen, naar aanleiding van een tentoonstelling van spoorwegaffiches te Genève in juni 1967, tentoonstelling die onlangs ook in Parijs plaats had.)

België, 1910

Van het toerisme kunnen verschillende bepalingen gegeven worden. De geleerden, in hun taal die meer precies dan poëtisch is, hebben het toerisme beschreven als het geheel van betrekkingen en verschijnselen die het gevolg zijn van het reizen en verblijven van vreemdelingen in streken waar zij zich niet blijvend vestigen en geen enkele winstgevende bedrijvigheid uitoefenen. De dichter zegt het op een aantrekkelijker manier; zo laat Thomas Mann, in de bekentenissen van de industrieridder Felix Krull, de Portugese professor Kuckuck tot de Markies Venosta zeggen dat in het verlangen naar reizen een grote dosis behoefte schuilt om een mensheid te zien die men nog nooit ontmoet heeft, een grote dosis nieuwsgierigheid om naar vreemde ogen en onbekende gezichten te kijken en van een ongekende levenswijze te proeven. Of men nu de ene dan wel de andere bepaling verkiest, het is alleszins zonneklaar dat het toerisme een verandering van milieu veronderstelt en, bijgevolg, een verplaatsing, kortom, een reis.

Pippal, 1962

Indien men terugblikt in het verleden, mag men zonder overdrijving zeggen dat het toerisme nauw verbonden is met de ontwikkeling van de spoorweg.

D. Blake, 1964

Heel wat personen hebben zich weliswaar vóór het ontstaan van dit modern vervoermiddel verplaatst. Maar meestal had de reis iets avontuurlijks, bovendien was reizen kostbaar en tijdrovend. Het was vóór alles een aangelegenheid van welgestelde lui. Pas wanneer de snelle, veilige en “goedkope” spoorweg er was, kon ook de “man uit de straat” aan grote reizen gaan denken.

Otto WICHSER, Voorzitter van de Algemene Directie van de S.B.B.

Het aandeel van de spoorweg in de vervoermarkt is groter in de winter dan in de zomer; zulks is te wijten aan het feit dat de spoorwegexploitatie, betrekkelijk weinig afhankelijk is van de atmosferische en weerkundige omstandigheden. Tijdens het koude seizoen onderhoudt de spoorweg een belangrijk verkeer dat o.m. bestaat uit weggebruikers die er geenszins op gesteld zijn de gevaren en moeilijkheden te trotseren welke sneeuw en ijzel uiteraard met zich brengen. Zelfs buiten de Alpengebieden, is de steeds toenemende trek naar wintersporten, die zich vooral bij de bevolking van de grote steden manifesteert, voor de spoorwegen een goede gelegenheid om hun toeristisch verkeer uit te breiden.

O. WICHSER.

Y. Metsälä, 1966

De taak die het toerisme te vervullen heeft, is zeer belangrijk. Inderdaad, naarmate zijn eerste behoeften inzake kleding en woongelegenheid bevredigd zijn, groeit in de mens de onweerstaanbare nieuwsgierigheidsdrang om andere landen, andere mensen, andere beschavingen te leren kennen, wat de ontwikkeling van het toerisme in de hand werkt. Alles wijst er op dat, in de komende decennia, het toerisme één van de essentiële factoren zal zijn die voor het bepalen van het “gegarandeerd minimumloon” in aanmerking zouden moeten worden genomen. De betekenis van dit perspectief zal wel niemand ontgaan als men bedenkt dat Europa, dat niet het geluk gehad heeft op petroleumlagen te rusten en zich daardoor economisch minder snel ontwikkeld heeft, daarentegen beschikt over een “bron” van toerisme en culturele ontspanningen zonder weerga. In dat opzicht is Europa veruit het rijkste continent en moet het in de beschaving van de vrijetijd een uitgelezen plaats innemen.

Het moet o.m. zijn arbeiders een uitstekende vrijetijd kunnen bieden, en die vrijetijd moet de goedkoopste ter wereld zijn. Wie zou, inderdaad, de buitengewone overvloed van zijn hulpbronnen durven betwisten? Er zijn zovele natuurlijke plaatsen die bijzonder geschikt zijn voor een verrijkende vakantie, zovele musea, zovele schilderachtige, steden: dat alles is nergens anders te vinden. Op geen enkele andere plaats daalt de voet van de Alpen tot in de Middellandse Zee, zijn er zovele boeiende herinneringen in de vorm van kerken en monumenten, die ons door de eeuwen heen sedert 2.000 jaar nagelaten werden. De Europeanen hebben dus werkelijk alles om eens tot de meest gegoede lui ter wereld te behoren op het stuk van het toerisme, d.i. het culturele toerisme en ook het geneeskundige toerisme, indien ik mij zo mag uitdrukken. Zowel om zijn fysische, gezondheid te herstellen als om zijn geest te verruimen en zijn cultuur te verrijken, zal de Europese arbeider zich dus, vergeleken met zijn kameraden van de andere werelddelen, in benijdenswaardige omstandigheden bevinden.

A. Heilman

Het ten nutte maken van die onmetelijke rijkdommen moet, inderdaad, derwijze georganiseerd worden dat niet langer, zoals in de vorige eeuw, alleen maar enkele bevoorrechten uit het Noorden van de kleuren en de zon van het Zuiden kunnen genieten, maar dat zulks voortaan in ieders bereik ligt. Nu reeds vervult het spoor een aanzienlijke rol door bijv. de Spaanse gastarbeiders in België en in Duitsland in staat te stellen naar hun land van herkomst terug te keren. Het zorgt ervoor dat de uitgeweken Italiaanse arbeider zich nooit ver verwijderd voelt van zijn geboortedorp waaraan hij zo gehecht is. Dank zij de spoorweg zijn het niet alleen meer enkele afzonderlijke Engelsen of Scandinaviërs die naar de Middellandse Zeekust reizen, maar aanzienlijke massa’s die zich in de zuiderse zon gaan koesteren. Overigens zal de tunnel onder het Kanaal de Engelsen binnen afzienbare tijd nieuwe faciliteiten bieden.

A. Rasmussen, 1965

Wij dienen dus te zorgen voor een voortreffelijke organisatie van het massatoerisme, vermits een zeer uitgebreide bevolking hiervan moet kunnen genieten. Welnu, niemand kan weerleggen dat de Spoorwegen speciaal aangewezen zijn voor het massavervoer... Daarbij genieten ze het voordeel praktisch alle Europese steden te bedienen en schier overal door te dringen tot het hart van die, steden welke een zo overvloedig toeristisch potentieel bezitten. Ze hebben dus een belangrijke rol te vervullen om het doel te bereiken dat wij van nu af reeds moeten nastreven, nl. die grote vermenging van cultuur, welke, als dusdanig, niet alleen het ontstaan van een nieuwe cultuur voor de komende eeuw zal bevorderen, maar ook een nuttig element zal zijn om de cultuur naar de massa uit te dragen.

H. Schmandt, 1966

Op die manier zijn het toerisme, en de spoorwegen nauw verbonden om de minieme en vredelievende “volksverhuizingen” die de weg effenen naar het Europa van morgen, voor te bereiden en ten uitvoer te brengen.

Louis ARMAND.

A. Holy, 1966

Bron: Het Spoor, januari 1968