Homepagina > Het Spoor > Infrastructuur > Spoor > De mechanisatie van de spoorwerken

De mechanisatie van de spoorwerken

ir. E. Marckx.

donderdag 10 januari 2008, door Rixke

Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]

Op het tweede type onderstopmachines wordt de referentielijn tot stand gebracht door een hydraulische tastinrichting. Men steunt op het spoor door middel, enerzijds, van een stabilisator (foto 6) die zich acht meter vóór de onderstopmachine bevindt en, anderzijds achteraan de machine, door middel van de hydraulische pendel (foto 7) die eveneens bij de dwarsnivellering te pas komt. Het lichten van het spoor gebeurt tot men een hydraulische stuit bekomt.

foto 13
foto 14

De automatische onderstopmachines kunnen gemiddeld 250 m per uur vorderen.

Het vermoeiende richten en verschuiven van het spoor, dat nog steeds een aanzienlijke ploeg spoorleggers, uitgerust met hefbomen, vereiste, had intussen eveneens de aandacht van de machineconstructeurs getrokken. Koorden, die traditioneel gebruikt werden om de richtfouten van de sporen te meten, werden gemonteerd op krachtige machines, uitgerust met een hydraulisch richtaggregaat (foto 8). Dienst Baan beschikt thans over 16 autonome richtmachines van twee verschillende typen.

foto 15

Op een eerste type (foto 9) geschieden de correcties door vergelijking van de pijlen, opgenomen door middel van twee verschillende koorden (een lange en een korte) die ter hoogte van de meetwagen tussen koperen plaatjes lopen (foto 10) ; de contacten van de metalen koorden met een of andere kant van de plaatjes, brengen verschillende elektrische stroomkringen in werking en geven aanduidingen (flikkerlichtjes of voltmeter) betreffende de richting en de belangrijkheid van de verschuiving.

foto 16

Een tweede type richtmachines (foto 11) is voorzien van één enkele koorde waarmee het pijldiagramma van het te richten spoor doorlopend kan worden opgenomen (foto 12) ; na grafische correctie van dit diagramma, wordt het spoor verschoven tot het werkelijke pijldiagramma met het verbeterde diagramma samenvalt. Wanneer het spoor geen al te grote gebreken vertoont, kan het verschuiven automatisch gebeuren met een foto-elektrische stift die het verbetere pijldiagramma «leest» en de overeenstemmende verschuivingen beveelt.

foto 17

Met de technische evolutie van de onderstop- en richtmachines kwam men tot de combinatie van de twee verrichtingen. Foto’s 13 en 14 tonen twee identieke machines (model 1968 en 1972) afgeleid van de onderstopnivelleermachine met stabilisator. Vooraan, op foto 15, ziet men de richtwieltjes in opgeheven stand.

foto 18

De gecombineerde onderstop-, nivelleer- en richtmachine, die door drie man bediend wordt, vordert gemiddeld 300 m per uur.

foto 19

De laatste twee jaar werd het park uitgebreid met twee richtmachines voor spoortoestellen (foto 16). De richtkrachten, nodig om de spoortoestellen weer op hun juiste plaats te brengen, worden bekomen met een beweegbare massa van 1 200 kg die zich onderaan de machine bevindt en lateraal versneld wordt met behulp van hydraulische cilinders. De opeenvolgende richtwaarden worden met een aangepaste lat gemeten ten opzichte van een opgespannen koorde van 50 m lengte. Het richten van een gewone wissel wordt door deze machine in 25 minuten uitgevoerd.

De « geheimzinnige » gele machines waarvan hierboven sprake, worden voornamelijk gebruikt voor het onderhoud en de herziening van de sporen.

foto 20

Maar ook andere werken, waaronder het vernieuwen van de ballast, verdienden aandacht. Vroeger werd elke vernieuwing van de ballast, d.w.z. het uitgraven van het spoor, het ziften van de ballast en het opladen van de afval, volledig met de ballastriek uitgevoerd. Dit zware werk werd gelukkig sedert een twintigtal jaren door ziftmachines overgenomen. Een schraapketting loopt onder het spoor door en brengt de ballast door middel van transportbanden naar een zifttremel, die met verscheidene trilzeven uitgerust is.

foto 21

Om de oude ziftmachines (foto 17) te laten werken, dienden er houten blokken tussen de aardebaan en het uitgegraven spoor geplaatst te worden. De nieuwe ziftmachine, die het graafwerk uitvoert tussen de beide draaistellen (foto 18), schakelde deze bewerking uit terwijl het rendement praktisch verdubbelde (150 tot 180 m per uur). De gereinigde en gekalibreerde ballast wordt opnieuw in het spoor gestort tussen de twee draaistellen, terwijl de ziftafval via de grote transportband naar de voorkant afgevoerd wordt (foto 19).

foto 22

Met ziften vergt het dagelijkse lossen , van honderden tonnen nieuwe ballast, die over heel de gezifte zone, tussen en onder de dwarsliggers, verdeeld en verwerkt moet worden. Bovendien moet het banket geprofileerd worden en moet alle overtollige ballast van de dwarsliggers en van de spoorstaven verwijderd worden. Ook dat was een afmattend werk dat met de ballastriek diende te worden opgeknapt.

foto 23

Met de ballastploegen (foto’s 20 en 21) kunnen verschillende van die bewerkingen gelijktijdig uitgevoerd worden :

  • de kopploegen maken het midden van het spoor vrij terwijl grote hoeveelheden ballast ermee over verscheidene honderden meters verplaatst kunnen worden ;
  • de zijploeg brengt de ballast terug in het spoor en profileert het banket ;
  • een draaiende borstel (foto 22) maakt de opschik van het spoor en verwijdert bij het einde van het werk de overtollige ballast van de rails en van de dwarsliggers.
foto 24

De laatste jaren kwamen nog andere machines het park aanvullen. De vakverdichter (foto 23) voert het verdichten van het banket en van de vakken uit (foto 24). Dank zij deze dubbele bewerking worden de onvermijdelijke zakkingen van het spoor na het ballastziften beperkt en wordt de weerstand van het spoor tegen de zijdelings verplaatsingen verhoogd.

foto 25

Ten slotte zijn er nog de twee lichte en twee zware hydraulische kranen voor de verschillende bijkomende verrichtingen die met de uitvoering van belangrijke werken gepaard gaan. Op foto 25 ziet u een van die zware kranen.


Bron: Het Spoor, augustus 1972