Homepagina > Het Spoor > Wist U dat ? > Zouden jullie het geweten hebben? > België: concurrentie van de auto? nooit van gehoord
België: concurrentie van de auto? nooit van gehoord
maandag 4 mei 2026, door
In 1926 vroeg men zich af of de spoorweg de concurrentie van de auto moest vrezen? Om die vraag te beantwoorden, verwees men toen al naar de USA waar 1 inwoner op 6 een auto bezat (tegen 1 op 60 in België). Welnu, dat de Amerikaanse spoorwegmaatschappijen toen de auto niet als hun concurrent beschouwden, moge blijken uit het feit dat ze hem als een hulpmiddel aanwendden, net als de SNCF overigens, om hun vervoer te ontwikkelen.
De Pennsylvania subsidieerde zelfs de transportondernemingen die met haar wensten samen te werken. En de Spokane Portland bezat zelf een dienst van 30 autobussen.
Anderzijds was men van oordeel dat de lange-afstandtreinen ruimschoots het verlies compenseerden dat vanwege de concurrentie van het wegvervoer over korte afstanden werd geleden.
In België vooral was men van mening dat de spoorwegen hun inkomsten haalden uit het geregeld vervoer van grondstoffen, van produkten van industrie en landbouw, en dat er dan ook geen concurrentie van de weg te vrezen viel. Zoals een krant destijds schreef, mochten de aandeelhouders van de NMBS er heel gerust op zijn; de auto’s zouden met hun dividenden niet gaan strijken. Een paar maanden later vertelde een andere krant haar lezers dat „het merendeel van onze wegen worden beschadigd door het zware vrachtwagenverkeer. Welnu, dat verkeer breidt zich uit naarmate het spoorverkeer duurder wordt. Het zou dus maar billijk zijn een deel van de herstellingskosten door de gebruikers te laten dragen die deze herstelling noodzakelijk maken. Maar de oplossing voor dat probleem moet nog gevonden worden”. Heus, men zoekt er nog altijd naar.
Bron: Het Spoor juli 1976
Rixke Rail’s Archives