Homepagina > Het Spoor > Geschiedenis > De trein nemen...

De trein nemen...

dinsdag 9 juni 2026, door Rixke

Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]

Vermits we ons met voorbedachten rade in het verleden hebben gestort, meenden we dat ook dit uittreksel van „L’illustration européenne” van 15 november 1884 er nog bij mocht.

Als tijdsbeeld van een ver verleden hoort het alleszins beslist thuis in de sfeer van dit „volgnummer”.

Wij ontlenen dit hoofdstuk aan een werk dat in Parijs verscheen onder de titel „L’hygiène usuelle” van Dr. Brémond. In die „dagelijkse hygiëne” zijn er uiterst nuttige raadgevingen te vinden voor hen die per trein reizen. En wie doet dat tegenwoordig niet?

Zonder de voorzichtigheid zover te willen drijven dat men in het station aankomt om elf uur terwijl de trein pas op de middag onder stoom moet komen, doet u er toch goed aan uw woonst ten behoorlijken tijde te verlaten zodat u niet te gehaast hoeft te zijn.

Vóór het loket uit de lucht komen vallen op het ogenblik dat het laatste biljet wordt afgeleverd, naar het bagagedepot hollen, de wachtkamer in looppas doorkruisen, op het laatste moment triomfantelijk beslag leggen op een plaatsje, zou men kortom een reeks acrobatentoeren kunnen noemen die getuigen van een geregelde lichaamsbeweging. De hygiëne is op een dergelijke manier van doen echter maar matig gesteld.

De reiziger die er zorg voor draagt zich naar het station te begeven zonder op elke hoek van een straat zijn uurwerk uit zijn vestzakje te moeten halen om zich ervan te vergewissen dat hij de trein niet zal missen, is in velerlei opzichten bevoordeeld: als hij te voet gaat, komt hij niet aan badend in het zweet, wat bevorderlijk is voor het opdoen van een flinke verkoudheid; als hij zich per koets verplaatst, loopt hij geenszins het gevaar enig lidmaat te laten verbrijzelen door een bedronken of al te gehaaste koetsier. Of hij nu op zijn eigen benen loopt dan wel die gebruikt van het viervoetige dier dat door Buffon werd vergoddelijkt, de niet-gehaaste reiziger is kalm: zijn hersenen worden niet gekweld door de innerlijke onrust die knaagt onder de schedel van hen die vrezen de trein niet te halen.

Loopt dus niet en vertrekt precies op tijd, u allen die uw zenuwstelsel de onaangename gevolgen wilt besparen waarmee de bezorgdheid om een gemiste trein gepaard gaat!

Ik ben een verwoed lezer en roker; toch verplicht de waarheid me te verklaren dat er overdreven bedrukt papier en nicotinehoudend goed wordt meegenomen op reis. Het is niet goed onderweg veel te lezen; het is slecht veel tabak te verbranden.

Langdurig lezen in een spoorrijtuig vermoeit vlug het gezichtsorgaan, terwijl het even later hoofdpijn en zelfs oorsuizingen verwekt. Die ongemakken kunnen aanzienlijk worden verminderd als men zijn boek om de tien minuten neerlegt en slechts opnieuw begint te lezen na de ogen een korte stonde te hebben gesloten. De tabaksrook verhoogt de ongezondheid van de niet ververste lucht. Rokers, luistert naar de woorden van een vooraanstaand hygiënist die rookt zoals u en ik: „Vreest nooit de krachtige en versterkende lucht, laat u de weldaden van zuivere lucht overvloedig welgevallen; beoefen veelvuldig die gulden regel welke een voortdurende vernieuwing van de ingesloten lucht voorschrijft; laat nooit alle vensters volledig dicht; houdt er ten minste één open, tot op een vierde van zijn hoogte zodat u aldus over een natuurlijk raampje beschikt dat u niet kan hinderen”.

Wanneer de trein rijdt, doet men er goed aan het voorbijflitsende landschap niet rechtstandig te bekijken. Hij die zich erop zou toeleggen met een volgehouden aandacht elk detail te willen waarnemen, zou vrij vlug enige duizeligheid ervaren en daarna het slachtoffer worden van het soort ongevallen dat de hogergenoemde verwoede lezer overkomt. Een veertigtal jaren geleden maakte een Belgisch oogarts heel wat drukte over de narigheden die het treinreizen zou meebrengen.

Stofjes, asse, stukjes cokes, kiezeltjes zouden bindvliesontsteking, verzweringen van het hoornvlies, het verschrompelen van de oogbol, enz. veroorzaken bij de ongelukkigen die gedoemd zijn met de spoorweg te reizen.

Het bedachtzame publiek werd ongerust en vroeg de bewuste dokter ruchtbaarheid te geven aan zijn bevindingen. Hij verklaarde dat er niets gemakkelijkers was dan het voorkomen van de voorspelde onheilen: men kon volstaan met zich te voorzien van de bril die door hem uitgevonden was! In feite kunnen de ogen beschermd worden met welke monocle of knijpbril ook. Belangrijk is dat de oogbol moet worden beschut tegen de stofjes afkomstig van de locomotief.

Stap uit telkens als het oponthoud u daartoe de mogelijkheid geeft om alsdan een voorraad verse lucht op te doen en de spieren te ontspannen.

Moet of kunt u een eetmaal gebruiken in een stationsrestaurant, vergeet dan vooral niet dat goed gekauwd vlees al half verteerd is.

Welnu, hoe wilt u goed kauwen als u meent in tien minuten een hoeveelheid voedsel te moeten verwerken die u doorgaans slechts in verscheidene kwartieren vermaalt.

Bij die haastig verorberde maaltijden belanden de stukken vlees in hun geheel in de maag en gaat u zich dan fataal ongemakkelijk voelen wanneer u opnieuw in het rijtuig stapt omdat het maagsap niet toereikend is om het voedsel dat het moet verteren, oplosbaar, d.w.z. voor opneming geschikt, te maken.

Na een lange reis moet uw eerste zorg bij uw aankomst ter bestemming erin bestaan een badinrichting te zoeken. Het lauwe water en de zeep zullen uw lichaam bevrijden van het stof dat zich heeft vastgezet op uw huid: de badkuip en het blauwe linnen zullen u zo’n gevoel van kalmte en welbehagen bezorgen dat u in een oogwenk de kleine ongemakken van de reisweg zult vergeten en u nog alleen de enorme voordelen zult herinneren van de gevleugelde wagen die u gebruikt hebt om die reisweg af te leggen.


Bron: Het Spoor september 1976