Homepagina > Het Spoor > Wist U dat ? > Reizen in Rubens’ tijd
Reizen in Rubens’ tijd
zondag 12 juli 2026, door
Rubens heeft in zijn leven heel wat gereisd. Zijn diplomatieke zendingen noopten hem ertoe heel West-Europa te doorkruisen. In die tijd waren schip en koets de enige verkeersmiddelen. Wanneer je nu weet dat Europa van 1568 tot 1648 bij de tachtigjarige oorlog betrokken was en de meeste wegen niet verhard waren, begrijp je meteen dat reizen niet altijd een lachertje was.
Vooral de weersomstandigheden konden de moedige reizigers parten spelen. Zo had het schip een gunstige wind nodig terwijl de koets liefst geen regen of modderpoelen op haar weg ontmoette.
Voor al wie zich soms ergert wanneer zijn trein enkele minuten vertraging heeft, zal het volgende relaas van Rubens’ reis, die hem in april 1603 van Livorno in Italië naar Valladolid in Spanje bracht, wellicht een troost zijn.
Eerst had hij in Livorno op een gunstige wind moeten wachten vóór hij op 3 april kon inschepen voor Alicante. De overtocht moet sneller verlopen zijn dan verwacht, want 17 dagen later staat Rubens met paarden en schilderijen al aan wal, terwijl hij voor een maand proviand „ingescheept” had. Naderhand verliep zijn reis echter niet zo gunstig. Te paard kon de afstand Alicante - Valladolid doorgaans in drie tot vier dagen worden afgelegd. Ten gevolge van het slechte weer deed Rubens er evenwel twintig dagen over. Bovendien waren de doeken die de schilder meevoerde door de aanhoudende regen beschadigd zodat ze ter plaatse dienden geretoucheerd te worden.
Veiligheid
Werd je in de zeventiende eeuw onderweg opgehouden, dan was het meestal niet door een wetsdienaar die je een zakje aanbood om je nuchterheid te testen, maar veeleer door straatrovers die er op uit waren je zakken leeg te schudden.
Het gebeurde inderdaad frequent dat ongure elementen, meestal soldaten die op droog zaad zaten, eenzame reizigers overvielen.
Jan Brueghel de Oudere, een medewerker van Rubens, schilderde, samen met Sebastiaan Vranckx, een dergelijk tafereel („Reizigers aangevallen door plunderende soldaten”). Het werk stelt een bende rovers voor die een met twee paarden bespannen voertuig overvalt.
Vervoer van schilderijen
Ook de leveringsdatum van Rubens’ schilderijen hing in enige mate af van het weer. Zijn doeken, meestal van respectabele afmetingen, konden niet zomaar in hun volle grootte worden vervoerd. Ze werden dan ook eerst op hun eigen raam gedroogd, vervolgens opgerold en op een kar geladen.
Scheen de zon, dan plaatste de meester het doek in zijn tuin en was het na een zestal dagen droog genoeg om te worden opgerold. Was het winderig dan mochten de schilderijen niet buiten want dan zouden ze besmeurd kunnen worden met stof. Bij slecht weer dienden de werken binnen te drogen, een proces dat twintig tot dertig dagen duurde.
De kar, die de werken vervoerde, deed er toch wel eventjes langer over dan onze TEEM.
Zo vertrokken de schilderijen voor Filips IV op 11 maart 1638 van uit Antwerpen. Op 6 april trokken ze langs Parijs en kwamen pas op 1 mei te Madrid aan.
Thurn en Taxis
Voor Rubens, levend in een periode waarin telefoon en telegraaf nog tot het domein van de science-fiction behoorden, was het geschreven woord de enige vorm van afstandverkeer. Rubens voerde dan ook een uiterst drukke correspondentie met bekenden, collega’s en vrienden in de meeste Europese landen.
Voor het verzenden van zijn brieven kon Rubens een beroep doen op stadsdiensten, diligences en, last but not least, op de familie Thurn und Taxis.
Vanuit Antwerpen trokken er stadsboden naar Keulen, Hamburg en Amsterdam. De diligences, daarentegen, namen alleen brieven mee op lijnen die niet door stadsboden of door de ruiters van Taxis werden bediend.
Die familie, ten slotte, monopoliseerde het grootste deel van de internationale postdienst. Afkomstig uit de streek van Bergamo, had het geslacht Thurn und Taxis zich sedert het einde van de 15e eeuw verdienstelijk gemaakt door het organiseren van een internationale postdienst.
In Rubens’ tijd bestelde die dienst de correspondentie binnen de hierna vermelde tijdsduur: Brussel - Parijs: 36 tot 40 uren; Brussel - Lyon: 3 ½ tot 4 dagen; Brussel - Burgos: 7 tot 8 dagen; Brussel - Innsbruck: 5 tot 6 dagen; Brussel - Rome: 10 ½ tot 12dagen; Brussel - Napels: 14dagen. Er bestonden ook lijnen Brussel - Antwerpen - Oostende - Engeland.
Behoudens enkele onderbrekingen beheerde het geslacht Thurn und Taxis, tot de Franse revolutie, de buitenlandse correspondentie van de Zuidelijke Nederlanden.
Als je weet dat ons grootste Brussels goederenstation in 1907 opgetrokken werd op de moerassige gronden die eigendom waren van dit befaamde geslacht, dan zal het je ook niet verwonderen dat het de naam Brussel Thurn en Taxis kreeg.
Parijs - Brussel
Nadat hij te Parijs het huwelijk van Henriëtte, dochter van Maria de Medicis, met Karel I van Engeland had bijgewoond, keerde Rubens op 12 juni 1625 in Antwerpen terug.
Onderweg had hij evenwel moeilijkheden met het verwisselen van zijn paarden. Op de voorziene plaatsen stonden er geen ter beschikking zodat zijn koets vier posten verder diende te rijden met dieren die, zoals hij zelf schreef, half dood waren van vermoeidheid.
Op woensdagnacht kwam hij uiteindelijk in Brussel aan. Daags daarop bereikte hij Antwerpen.
Vier eeuwen later rijdt de RUBENS, een TEE die sedert de winterdienstregeling 74-75 Parijs met Brussel verbindt, 2.20 u. over dezelfde afstand. Mocht Rubens hebben geweten hoe er anno 1977 wordt gereisd, en het comfort van de moderne TEE hebben gekend, dan had tijdens zijn lastige reis ongetwijfeld dikwijls gezucht: „Zat ik nu maar in de trein.”
Siegen
Vanzelfsprekend reden er in 1577 te Siegen, de geboorteplaats van Rubens, nog geen treinen. Siegen was in die tijd dan ook nog niet het spoorwegknooppunt met lijnen naar Keulen, Düsseldorf, Hagen en Frankfort en had niet de 58 000 inwoners die het thans telt.
Wel heeft Siegen altijd, sedert zijn stichting aan de Sieg, op een rechter-bijrivier van de Rijn, gelegen.
Bron: Het Spoor, april 1977
Rixke Rail’s Archives