Homepagina > Het Spoor > Maatschappij > De spoorweg-affiche evolueert

De spoorweg-affiche evolueert

J.-P. Vantighem.

maandag 13 juli 2026, door Rixke

Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]

Van bij haar oprichting heeft de NMBS steeds een belangrijk gebruik gemaakt van de publieke aanplakborden. Toegegeven, op het gebied van de reclame is de affiche sedert lang een van de markantste uitdrukkingsmiddelen. En dat is ze ook vandaag nog, ondanks de steile opgang van de andere media: pers (inclusief radio en teevee), bioscoop, vouwblaadjes van diverse pluimage, enz.

De geschiedenis van de spoorwegaffiche is een boeiend boek waarin de snuffelaar beslist enkele belangrijke keerpunten kan ontdekken.

 Van lithografie tot grafiek

Bij het begin van deze eeuw was de lithografische steen het middel, bij uitstek om affiches te drukken. De grootste artiesten hebben in de graveerkunst lauweren geoogst, denk maar aan Segnac, Toulouse-Lautrec en anderen.

Ook ontwikkelt zich de fotogravure. Door op een zinken plaat een glazen raster aan te brengen, slagen de drukkers erin een duidelijke reproductie met uitgebreide verspreidingsmiddelen (grotere oplage, enz.) te maken van een tekening met halve tinten.

Zo krijgen de artiesten opdrachten van de publicisten om motieven te creëren. De affiche is dan ook meestal een schilderij met opdruk, die veel weg heeft van een plakkaat- of waterverftekening. De spoorwegaffiche is hoofdzakelijk toeristisch getint.

Het eerste belangrijke keerpunt situeert zich op ’t ogenblik dat een lichting pas afgestudeerde „publiciteitsagenten” vaste voet krijgt op de markt. Dank zij een meer specifieke opleiding trekken die mensen meer partij van de voordelen van de nieuwe druktechnieken, vooral dan van de vierkleurendruk. Even later verdringt de offsetdrukmethode de klassieke technieken.

Terzelfder tijd verschaffen de fotografen de reclame een uitdrukkingsmiddel dat, zonder nochtans nieuw te zijn, bepaalde gevestigde waarden op hun kop zet: om hun positie te handhaven zijn de tekenaars verplicht nieuwe genres te scheppen of althans afstand te nemen van het zuiver figuratief tekenen.

Op dezelfde wijze zou je kunnen zeggen, verovert de zuivere grafiek tegenwoordig het domein van de reclame. Het komt erop aan gedachten uit te drukken in evenwichtige vormen en kleuren, waarbij de auteur zich hoofdzakelijk bedient van het symbolisme. Het is een nieuwe techniek.

 Het goederenvervoer ontdekt de affiche

Dertig jaar geleden hadden alle affiches een toeristische tint. Overigens zouden in die tijd weinig ondernemingen het aangedurfd hebben hun industriële activiteit door tekenaars te laten uitbeelden. Niet dat het er nu zoveel anders aan toe gaat, want het toerisme bekleedt in dat domein nog steeds de eerste plaats. Maar het goederenvervoer begint de openbaarheid toch minder te schuwen. Het laat al een tijdje over zich spreken in gespecialiseerde publikaties, terwijl het in de steden en langs de wegen toch al een stukje van de publieke aanplakborden heeft veroverd.

En dat is dan een ander keerpunt in de geschiedenis van de afficheerpolitiek van de spoorwegen. Het komt er niet langer meer op aan uitsluitend reizen of toeristische formules te verkopen; men wil het grote publiek een nieuw beeld geven van de Maatschappij, een kwaliteitsbeeld dat ingang moet vinden in de geest van de mensen en er een zeker vertrouwen ten opzichte van de dienstverlener moet levendig houden. Zulks is overigens duidelijk merkbaar: de gekozen onderwerpen zijn omvangrijker.

Zo heeft men het o.m. al gehad over spoorweg die zon meebrengt (bij de afbeelding van de verse sinaasappelen die elke morgen te Brussel worden aangevoerd) of nog over een massavervoerder (affiche „groot formaat”).

 Het formaat

Het derde merkwaardige keerpunt is de verscheidenheid van formules. Benevens het standaardformaat dat van meet af gebruikt werd, heeft de spoorweg alle middelen aangewend. Zo bijv. de „reclamekartons” die in de treinen aan de bagagenetten worden opgehangen; de 20 m² grote aanplakbiljetten in de steden en langs de wegen; de affiches van zeer uiteenlopend formaat die niet alleen meer tot het eigenlijke spoorwegdomein beperkt blijven maar die ook hun plaats vinden in de informatiestands van ondernemingen, scholen voorlichtingscentra..., kortom de affiches die het publiek zoeken waar het te vinden is.

En dan zijn er nog de „zelfklevers” waarvan het succes ook de spoorwegen heeft overtuigd omdat ze een prille, dynamische, vlotte en doeltreffende ruggesteun zijn die het kwaliteitsbeeld van de Maatschappij voor-durend ronddragen.

 ’n barometer

De publiciteitsdienst van de NMBS verspreidt elk jaar 100 affiches, brochures en folders. Bovendien voert hij perscampagnes, vertoont films, heeft eigen uitstalramen voor reclame en verzorgt tal van andere prestaties. De affiche blijft evenwel de oppertroef. Ze is de barometer van de reclame-bedrijvigheid bij de spoorwegen.

Dank zij de bondigheid van haar boodschap en de kleurrijke indrukken die ze bij de voorbijganger opwekt, brengt ze als het ware een synthese van al wat er op het stuk van de informatie gebeurt. Ze is ongetwijfeld het uitdrukkingsmiddel dat de duurzaamste indruk nalaat. De andere middelen zullen haar wellicht nooit onttronen: ze blijft meer bij dans de film, is beknopter dan de brochure, synthetischer dan de folder, bijdehanter dan de tentoonstelling, briljanter dan de officiëele persmededeling, overtuigender dan het „gadget”.

Op onze dagen krijgt ze zelfs haar plaats in het museum. Dat is haar bekroning. Met enige voldoening – en waarom niet – vertellen we hier dat de spoorweg in dat museum ongetwijfeld de belangrijkste plaats inneemt. Wat meteen de grote vitaliteit van zijn reclamebedrijvigheid bewijst.


Bron: Het Spoor, april 1977