Homepagina > Het Spoor > Buitenland > Locomotieven uit alle windstreken > Deutsche Bundesbahn. Reeks E 03.

Deutsche Bundesbahn. Reeks E 03.

Phil Dambly.

maandag 2 mei 2011, door Rixke

Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]

De vier E 03 zijn bestemd voor de TEE. De eerste ervan, die werd voorgesteld op 1-2-65, bereikte tijdens proefritten een snelheid van 220 km./u. De kast, van lichte legeringen, rust op een bolkframe van gelast staal. De bufferbalk is derwijze opgevat dat hij later voor de automatische koppeling zal kunnen dienen. De eivormige voorbouw is het resultaat van proefnemingen in een windtunnel. De convexe voorruiten van de bestuurdersafdeling zijn 13 mm. dik. Wegens de voorziene snelheden werden de bogies, van gelast staal, met bijzondere zorg bestudeerd: twee stelsels van elastische transmissie van de motoren op de assen en totale ophanging der motoren. De klassieke stroomafnemers zullen worden vervangen door “eenbenige” stroomafnemers.

Voornaamste kenmerken.

  • Symbool: C°C°;
  • spoor: 1,435 m.;
  • bouwers mechanisch gedeelte: Henschel;
  • elektrisch gedeelte: Siemens-Schuckert;
  • spanning: 15.000 volt wisselstroom 16 2/3 perioden;
  • constant vermogen: 8.100 pk.;
  • uurvermogen: 8.750 pk.;
  • max. snelheid: 200 km./u.;
  • totaal gewicht: 108 t.;
  • belasting per as: 18 t.;
  • middell. wielen: 1,250 m.;
  • tot. lengte: 19,500 m.;
  • breedte kast: 3,000 m.;
  • hoogte dak: 3,862 m.;
  • hoogte lichtkap: 4,152 m.;
  • tot. hoogte (daklijn): 4,492 m.

Bron: Het Spoor, oktober 1965