Homepagina > Het Spoor > Buitenland > De diesellocomotieven voor baandiensten van de British Railways.
De diesellocomotieven voor baandiensten van de British Railways.
Phil Dambly.
maandag 10 oktober 2011, door
Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]
- Type 1 reeks 8.000 BB
- Type 1 reeks 8.200 BB
- Type 1 reeks 8.400 BB
- Type 2 reeks 5.000 BB
- Type 2 reeks 5.300 BB
- Type 2 reeks 5.500 A1A-A1A
- Type 2 reeks 5.700 CB
- Type 2 reeks 5.900 BB
- Type 2 reeks 6.100 BB
- Type 2 reeks 6.300 BB
- Type 3 reeks 6.500 BB
- Type 3 reeks 6.700 CC
- Type 3 reeks 6.900 BB
- Type 4 reeks 1 1C-C1
- Type 4 reeks 200 1C-C1
- Type 4 reeks 600 A1A-A1A
- Type 4 reeks 800 BB
- Type 5 reeks 9,000 “Deltic” CC
| De dieseltractie overrompelt de geboortegrond van de stoomtractie. De Engelse stoomlocomotief, met haar glorievol verleden is het slachtoffer van de economische en sociale evolutie en moet zich neerleggen bij de opkomst van haar zusjes die zich met elektriciteit of gasolie voeden. |
Een moderniseringsplan over vijftien jaar werd ontworpen om aan de Britse spoorwegen een nieuw uiterlijk te geven. Dit ruime programma omvat een belangrijk hoofdstuk: de diesellocomotieven voor baandiensten.
De grote verscheidenheid van deze machines kan wel verwondering baren, maar zij is te wijten aan de wens om vlug te handelen. Op het einde van 1955, bezaten de British Railways in deze categorie maar zeven machines die dateerden van 1947, maar verscheidene ondervindingrijke bouwers stonden te hunner beschikking. Op grond van deze ondervinding werden de locomotieven voor het nationale net gebouwd. De standaardisatie werd. evenwel, niet verwaarloosd en men vindt gelijkaardige elementen op verschillende constructies terug.
Het ging er om niet alleen de bijlij nen te “verdieselen”, maar eveneens zekere grote lijnen waarvan de elektrificatie niet voorzien was of niet dadelijk zou doorgevoerd worden. In dit geval, mocht het slepen van zware exprestreinen niet uit het oog worden verloren. Daarom werden verscheidene klassen bestudeerd; zij worden als volgt gerangschikt:
| Type 1 | van 750 tot 1.000 pk |
| Type 2 | van 1.000 tot 1.400 pk |
| Type 3 | van 1.500 tot 1.800 pk |
| Type 4 | van 2.000 tot 2.800 pk |
| Type 5 | van 3.000 pk en meer |
Het vermogen is dus het grondbeginsel voor deze classificatie geweest. Al de diesels dragen een reeksnummer voorafgegaan door de letter D. Hun essentiële kenmerken kunnen als volgt samengevat worden:
- Er werden normale lasten per as voorzien, welke te vergelijken zijn met die van de Europese netten.;
- Er is een belangrijk adhesiegewicht vereist doordat de meeste goederenwagens niet van een rem voorzien zijn;
- Het is onnodig een aanzienlijke trekkracht te ontwikkelen bij het aanzetten, want de goederentreinen, waarvoor dit alleen maar zou gerechtvaardigd zijn, zouden er niet bestand tegen zijn;
- Het profiel van de British Railways noopt tot de bouw van lagere en smallere kasten dan die van onze diesels. De beperkte hoogte verhindert het aanbrengen van de radiatoren boven de motoren; daarom plaatst men ze ervoren, zodat de kast dient verlengd en de locomotieven, over het algemeen, een slank uiterlijk krijgen. Naargelang van de modellen schommelt de lengte tussen 13 en 21 m, de breedte tussen 2,60 en 2,75 m en de hoogte tussen 3,81 en 3,98 m. Bij wijze van vergelijking, vermelden wij dat onze diesels met een gelijkaardige lengte, een hoogte van 4,22 m en 4,28 m bereiken en een breedte van 2,90 tot 3,00 m.
De voornaamste bouwers van dieselmotoren voor baanlocomotieven zijn: English Electric Company Ltd, Napier & Son Ltd, Mirrlees, Bickerton & Day Ltd, Davey, Paxman & C° Ltd, Crossley Brothers Limited. De Zwitserse Sulzermotoren worden gebouwd in licentie door Viekers-Armstrong Ltd. De Maybachmotor onder licentie, wordt gebouwd door de British Siddeley Ltd. Een andere Duitse motor, de befaamde MAN, wordt gebouwd door de North British Locomotive Ltd.
Laten wij nu de catalogus raadplegen van de verschillende types die in dienst zijn of gebouwd worden...
Type 1 reeks 8.000 BB
Bouwers; English Electric en Vulcan Foundry. English Electri-motor van 1.000 pk. Elektrische transmissie van dezelfde firma. Snelheid: 120 km/h. Gewricht: 72 ton.
Deze machines zijn de eerste baandiesels die, krachtens het moderniseringsplan, geleverd werden; zij zijn inzonderheid bestemd voor de goederentrafiek op kleine of gemiddelde afstanden. Al bezitten ze geen ketel, toch hebben ze een leiding waarmee een treinstel kan verwarmd worden door tussenkomst van een tweede locomotief van een ander type. Het gebeurt, inderdaad, dat zij reizigerstreinen in dubbele tractie slepen. De eerste twintig exemplaren verzekeren de dienst in het gewest Londen. De 108 machines behorend tot latere bestellingen, zullen verdeeld worden over de Eastern Region, de London Midland Region en Schotland. Evenals de twee volgende modellen, behoren zij tot het type uitgerust met een motorkap en voorzien van een enkele bestuurdersafdeling.
Type 1 reeks 8.200 BB
Bouwers: British-Thomson-Houston en Yorkshire Engine. Davey, Paxmanmotor van. 800 pk. Elektrische transmissie: BTH. Snelheid: 96 km/h. Gewicht: 68 ton.
Deze mooie machines zijn bestemd voor dezelfde dienst als de voorgaande. De eerste tien van de bestelling zullen dienst doen op de Eastern Region en zullen gevolgd worden door 34 andere exemplaren.
Type 1 reeks 8.400 BB
Bouwer: North British Locomotive. Davey, Paxmanmotor van 800 pk. Elektrische transmissie: General Electric C°. Snelheid: 96 km/h. Gewicht 68 ton.
De tien exemplaren van deze reeks worden door het depot van Stratford te Londen gebruikt en verzekeren dezelfde dienst als de locomotieven van twee voorgaande typen.
Type 2 reeks 5.000 BB
Bouwers: Werkplaatsen van Derby, Crewe en Darlington van de British Railways. Sulzermotor van 1.160 pk gebouwd door Vickers-Armstrong. Elektrische transmissie: BTH. Snelheid: 120 km/h. Gewicht: 73 ton.
Het zijn gemengde locomotieven, voor reizigers- en goederendienst, die gebruikt worden in de London Midland, de Eastern en Southern Regions. De laatst bestelde rijden in Schotland. De bestuurdersafdelingen en hun vloer, de deuren en de bekledingen zijn uit licht metaal vervaardigd. De daken van de bestuurdersafdelingen zijn gegoten in met glasvezels versterkte polyester. 151 exemplaren ervan werden gebouwd. Men heeft, daarenboven, 25 loco’s van 1.250 pk met GEC-transmissie besteld.
Type 2 reeks 5.300 BB
Bouwer: Birmingham Railway Carriage. Sulzermotor van 1.160 pk gebouwd door Vickers-Armstrong. Elektrische transmissie: Crompton-Parkinson. Snelheid: 120 km/h. Gewicht: 73 ton.
Al de locomotieven van deze reeks, hetzij 47 exemplaren, worden gebruikt in Schotland. Men heeft, daarenboven, 69 loco’s van 1.250 pk met GEC-transmissie besteld.
Type 2 reeks 5.500 A1A-A1A
Bouwer: Brush Electrical Limited. Mirrleesmotor van 1.250, 1.365 of 1.600 pk. Elektrische transmissie: Brush. Snelheid: 129 km/h en 145 km/h. Gewicht: 104 ton.
Voor de Britse spoormannen zijn dit de populairste diesels. Zij zijn trouwens het talrijkst: 226 exemplaren, waarvan 20 met 1.250 pk, 189 met 1.365 pk en 17 met 1.600 pk. Al deze eenheden zijn in dienst op de Eastern Region. De studie van deze locomotieven was gebaseerd op een vroeger type dat aan de spoorwegen van Ceylon geleverd werd. Hun baanvastheid is uitstekend. Het zeer hoge gewicht van het diesel-generatoraggregaat wierp de moeilijkheid op van de verdeling der lasten over de assen. Daar vier motorassen (BB) onvoldoende waren en zes (CC) overtallig, werd de locomotief uitgerust met drievoudige draaistellen met een centrale draagas (A1A-A1A).
img061
De voorkeur van de Britse spoormannen gaat naar de 5.500 van het type 2.
Type 2 reeks 5.700 CB
Bouwers: Metropolitan - Vickers en Beyer - Peacock. Crossley-motor van 1.200 pk. Elektrische transmissie: Metrovick. Snelheid: 120 km/h. Gewicht: 97 ton.
De twintig locomotieven van deze reeks zijn in dienst op de London Midland Region. Zij verzekeren de reizigerstreinen tussen Londen en Manchester en slepen in dubbele tractie de “Condor”, een snelle bestelgoederentrein die ’s nachts tussen Londen en Glasgow, langs Leeds en Carlisle, rijdt. Zoals de locomotieven van de voorgaande reeks, zijn ook de 5.700 benadeeld door een zware motor. Maar voor hen heeft men een andere oplossing gekozen: men heeft de machines voorzien van vijf motorassen verdeeld over twee draaistellen; vandaar de eigenaardige opstelling CB. Wij moeten, onder andere spitsvondigheden, nog de aandacht vestigen op de hydraulische schokdempers tussen de kast en de draaistellen en de scheiding door middel van een tussenschot van de dieselafdeling en de generatorafdeling met het doel deze laatste, die ook over een autoventilatie beschikt, af te koelen.
Type 2 reeks 5.900 BB
Bouwer: English Electric, die ook de elektrische transmissie leverde. “Napier” Deltic-motor van 1.100 pk. Snelheid: 120 km/h Gewicht: 74 ton.
Deze gemengde machines, ten getale van tien, zijn bestemd voor de voorstadsdiensten met Londen als vertrekpunt. Zij worden gedreven door een motor afgeleid van die waarmee de “Deltic”-locomotief, waarover we verder spreken, is uitgerust. Hierom kregen zij de bijnaam van “Small Deltics” (Kleine Deltics).
Type 2 reeks 6.100 BB
Bouwer: North British Locomotive. MAN-motor van 1.000/1.100 pk gebouwd in licentie door NBL. Elektrische transmissie: General Electric C. Snelheid 120 km/h. Gewicht: 72 ton.
Deze machines, waarvan 58 exemplaren besteld werden (10 van 1.000 pk en 48 van 1.100 pk) rijden in Schotland. Hun kast en vloer zijn vervaardigd uit een lichte legering.
Type 2 reeks 6.300 BB
Bouwer: North British. Zelfde motor als de voorgaande. Hydraulische transmissie: Voith. Snelheid: 120 km/h. Gewicht: 65 ton.
De twee reeksen, 6.100 en 6.300, werden door dezelfde bouwer vervaardigd. Daar zij met een volkomen gelijke motor uitgerust zijn, zullen deze locomotieven ongetwijfeld een vergelijking mogelijk maken van de door de twee transmissiestelsels bereikte resultaten. 58 exemplaren van de reeks 6.300 werden besteld voor de gemengde dienst op de Western Region.
Type 3 reeks 6.500 BB
Bouwer: Birmingham Railway Carriage. Sulzermotor van 1.550 pk. Elektrische transmissie: Crompton-Parkinson. Snelheid: 129 km/h. Gewicht: 74 ton.
Deze 98 locomotieven voor gemengde diensten zijn bestemd voor de Southern Region. Hun kast is ongeveer gelijk aan die van de machines van het type 2 - reeks 5.300.
Type 3 reeks 6.700 CC
Daar deze machines nog niet in dienst zijn, werden al hun kenmerken nog niet ruchtbaar gemaakt. Het zullen CC zijn van 1.750 pk met elektrische transmissie en een gewicht van 108 ton. 79 ervan werden besteld bij English Electric.
Type 3 reeks 6.900 BB
Bouwer; Beyer-Peacock (Bymek). Maybachmotor van 1.700 pk. Hydromechanische transmissie: Stone, licentie Mekydro. Snelheid: 145 km/h. Gewicht:74 ton.
Deze 95 flink gebouwde locomotieven zuilen het verkleinde evenbeeld zijn van de nieuwe Duitse V160. De Western Region wacht op hun levering.
Type 4 reeks 1 1C-C1
Bouwer: Werkplaatsen te Derby van de British Railways. Sulzermotor van 2.300 pk. Snelheid: 145 km/h. Gewicht: 138 ton.
Dit is de zwaarste, de meest indrukwekkende, de krachtigste locomotief van het type 4. Zij was het voorwerp van een opzienbarende bestelling van 137 exemplaren, waarvan alle een vermogen van 2.500 pk zullen bereiken. De zware draaistellen met drie motorassen en een richtbissel dragen de stoot en trekorganen, maar zijn onderling niet gekoppeld. De eerste tien machines van de reeks kregen namen van Britse bergen.
Type 4 reeks 200 1C-C1
Bouwers: English Electric en Vulcan Foundry. Motor van 2.000 pk. Elektrische transmissie: English Electric. Snelheid: 145 km/h. Gewicht: 133 ton.
Deze machines, uitgerust met dezelfde draaistellen als die van de reeks 1, zijn afgeleid van de prototypen van 1947. De 200 machines van het type 200, gebouwd of in bestelling, zullen verdeeld worden over de Eastern, North-Eastern, London Middlahd Region en Schotland.
Type 4 reeks 600 A1A-A1A
Bouwer: North British Loco. Twee MAN-motoren van 1.000 pk elk. Hydraulische transmissie: Voith, Snelheid: 144 km/h. Gewicht: 117 ton.
Deze mooie machines hebben een merkwaardige baanvastheid. Elke diesel is verbonden met zijn eigen transmissie; alzo ontstaan twee motorinstallaties die afzonderlijk kunnen gebruikt worden. De zes exemplaren hebben hun depot te Plymouth en dragen namen van beroemde schepen van de Royal Navy.
Type 4 reeks 800 BB
Bouwer: Werkplaatsen te Swindon van de British Railways. Twee Maybachmotoren van 1.100 pk elk. Hydraulische transmissie: Stone/Mekydro. Snelheid: 144 km/h. Gewricht: 78 ton.
Achtendertig exemplaren. Het betreft hier het Engelse model van de Duitse V 200. Omwille van het begrenzingsprofiel, verliest het 29 cm in de hoogte en 40 in de breedte. Men vindt de voornaamste elementen erin terug: freem gemaakt uit twee stalen buizen, zelfdragende kast, draaistellen zonder spil met grotere wielen dan op hét origineel. Deze BB sleept de sneltreinen tussen Londen en Penzance. 33 gelijkaardige locomotieven, van het type BB, die twee MAN-motoren hebben met Voith-transmissie, werden naderhand bij de North British Loco besteld. Zoals de 600, dragen de locomotieven van deze reeks namen van beroemde schepen.
Type 5 reeks 9,000 “Deltic” CC
De prototype-locomotief “Deltic”, die in 1955 door English Electric om private redenen gebouwd werd, ondergaat sedertdien proeven op het net. Zij is nog immer het eigendom van de bouwer die de omloopsonkosten betaalt met uitzondering van de gasolie. Zij zal de krachtigste dieseleenheid ter wereld blijven tot de nieuwe Duitse machines aan de Verenigde Staten zullen geleverd worden. De “Deltic” heeft haar naam te danken aan de schikking van de cilinders van haar motoren die een omgekeerde driehoek vormen (Deltic is afgeleid van “delta”, de vierde letter van het Griekse alfabet). De twee Napiermotoren met 18 cilinders geven een totaal vermogen van 3.300 pk aan dit prototype dat 106 ton weegt en een snelheid van 170 km/h kan bereiken. De B.R. hebben 22 Deltics besteld; de eerste zullen uitkomen in het begin van 1961 en zullen gebruikt worden op de lijn Londen - Newcastle - Edinburgh. Zij zullen op mechanisch gebied gelijken op het prototype, maar naar uiterlijk gewijzigd worden en de reeks 9.000 vormen.
Om een zo groot mogelijke ondervinding op te doen inzake motoren, transmissies en mechanische onderdelen gefabriceerd door verschillende bouwers, hebben de British Railways zich, in het begin, 18 verschillende typen van locomotieven aangeschaft. De lopende bestellingen hebben, nochtans, betrekking op een veel beperktere reeks van typen. Zij slaan, inderdaad, slechts op acht locomotieven van het diesel-elektrische type en op twee locomotieven van het diesel-hydraulische type, gekozen onder die welke wij u hierboven beschreven hebben. Wat dit betreft, kunnen wij hier nog aan toevoegen dat een nieuw prototype 4 van 2.700 pk in aanbouw is voor de Western Region. Het zal een locomotief CC zijn met twee Maybachmotoren en een Voith-transmissie.
Om te eindigen, blijft er ons niets anders over dan de krachtinspanningen van onze Engelse makkers toe te juichen en hun “good luck” te wensen.
Foto’s B.R.
Bron: Het Spoor, maart 1961
Rixke Rail’s Archives