Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Technieken > De « 1960 » trein voor de verdelging van het onkruid in de sporen

De « 1960 » trein voor de verdelging van het onkruid in de sporen

C. B.

lundi 28 juillet 2008, par rixke

Toutes les versions de cet article : [français] [Nederlands]

 Waarom verdelgt men het onkruid ?

De normale afwatering is een essentiële voorwaarde voor een goed onderhoud van het spoor. Welnu, elke plant verhindert deze afwatering. Daarom zijn de spoorwegen verplicht het onkruid te verdelgen in de sporen en hun omgeving.

De wet legt de spoorwegnetten, trouwens, de verplichting op de schadelijke planten te verdelgen. Sporen vol onkruid zouden, bovendien, een weinig gunstige indruk maken op de reizigers of aanwonenden ; zij kunnen, tenslotte, de oorzaak van ongevallen zijn.

 De gebruikte middelen van in het begin tot in 1959

In het begin, werd het onkruid verdelgd met de hand : het was de enige gekende manier. Zij was weinig doeltreffend, zeer kostbaar en slecht renderend. De scheikundigen vonden een praktische oplossing die thans door al de spoorwegadministraties aangenomen is.

Bedieningsbord van het verdelingsgeheel.

De eerste proeven met een scheikundige onkruidverdelging op ons net dateren van 1920. In het begin, werd het onkruidverdelgend poeder over de ballast uitgestrooid vooraleer een stofregen het zou oplossen. Naderhand, bereidde men oplossingen die men verspreidde met behulp van gieters of doorboorde kuipen welke men verplaatste op door mannen voortgeduwde wagentjes.

Verbindingsleidingen tussen de sproei wagen en de ketelwagen : voedingsleiding van de verdeling, leiding voor het overbrengen van de vloeistof en drukluchtleiding voor het mengen. Peilmeter van de ketel, voedingstrechter van het dienstreservoir.

Omstreeks 1930, bracht men een echte trein voor onkruid verdelging in omloop, samengesteld uit geschikte wagens, die door een locomotief gesleept werden. Hij vervoerde 50 m³ van een onkruid verdelgende oplossing op basis van natriumchloraat en reed tegen een snelheid van 30 km per uur. Hij was uitgerust met een volumetrische pomp gedreven door de as van het voertuig, en kon dagelijks 100 km enkelspoor besproeien. De oplossing werd, in de vorm van regen, door sproeiers verspreid. Het vermogen was min of meer regelbaar in functie van de snelheid, maar het systeem veroorzaakte nu eens een onvoldoende werking, dan weer een overmatige concentratie van de oplossing. Gezien de beperkte afstand die de trein dagelijks afleggen kon, waren de kosten van de onkruid verdelging zeer hoog.

Sproeibuizen voorzien van sproeiers, ski die het spoor beschermt en voedingsopening.

Om doeltreffend te zijn moet de verdelging van de planten uitgevoerd worden gedurende hun groeiperiode, juist vóór de bloeitijd ; men beschikt dus slechts over zes tot zeven weken, hetzij 35 tot 40 werkdagen, om het werk goed uit te voeren. Zulke trein kon niet volstaan om, in een zo korte tijd, het onkruid te verdelgen op alle hoofdlijnen van het net. Daarom besloot de N.M.B.S. een tweede trein uit te rusten.

Ofschoon de bouw en de uitrusting van deze beide treinen tamelijk eenvoudig was, hebben zij jaarlijks, tot in 1959, de onkruidverdelging in de sporen verzekerd. Toen waren ze zo versleten dat het onontbeerlijk bleek ze te vervangen.

 De enige trein van 1960

De N.M.B.S. besloot dan ook het probleem aan een nieuw onderzoek te onderwerpen, rekening houdend met de ervaring opgedaan niet alleen op haar net, maar tevens op de vreemde netten. De studies werden dadelijk aangevat en leidden tot het besluit dat een enkele trein met groot rendement diende gebouwd, d.w.z. een trein met grote actieradius, waarvan de snelheid en het vermogen zouden verhoogd worden en de bouw rekening zou houden met de technische vooruitgang.

De nieuwe trein is voorzien van een verspreidingssysteem met automatische regeling. Zijn uitrusting werd aangevat in 1959 en beëindigd in het begin van 1960.

De trein is samengesteld uit vijf ketelwagens, een sproeiwagen en een verblijfwagen.

 Ketelwagens

Bij het vertrek uit het mengcentrum, voeren twee ketelwagens elk 30 m³ van een normale oplossing mee, terwijl de drie andere elk 22,5 m³ oplossing, geconcentreerd op 1 - 3, inhouden. Met deze laatste hoeveelheid kan, door toevoeging van 3 m³ water per m³ oplossing, onderweg, een normale oplossing van (22,5 X 3) X 4 = 270 m³ klaargemaakt worden. Het vermogen van de trein in normale oplossing werd aldus gebracht op 330 m³ waarmee, in twee of drie dagen, naargelang de verkeersdrukte op de te doorlopen lijnen, het onkruid kan verdelgd worden op nagenoeg 660 km enkelspoor over een breedte van vijf meter. De gemiddelde besproeiingsdichtheid is 1/10 liter per m2 bedding.

 Sproeiwagen

De sproeiwagen is uitgerust met een automatische verdelingsinrichting waarmee een specifiek constante uitstorting per m2 besproeide oppervlakte bekomen wordt. Een volumetrische pomp voorzien van twee zuigers met dubbele werking, aangedreven langs de as van de wagen, geeft een vermogen dat rechtstreeks evenredig is met de snelheid van de trein of de besproeide oppervlakte.

Een snelheidswisselaar is tussen de drijfas van de sproeiwagen en de pomp geschakeld. Om de besproeiingsdichtheid te wijzigen volgens de intensiteit van de plantengroei, kan de operateur de frequentie van de pomp veranderen in min of meer, door ofwel elektrisch, ofwel met de hand de snelheidswisselaar te regelen.

Bij het verlaten van de pomp, wordt de oplossing in een hoofdleiding gestuwd die twaalf sproeibuizen voedt door bemiddeling van driewegskranen bediend door pneumatische elektrokleppen. Deze kranen leiden de vloeistof hetzij in de sproeibuizen, hetzij terug naar de voedingsketel.

Een instrumentenbord geeft volgende aanduidingen : de snelheid van de trein, het vermogen van de pomp, de opstuwingsdruk van de oplossing bij het verlaten van de pomp, de luchtdruk aan de elektrokleppen.

Door een grafiek (snelheid van de trein/sproei vermogen per m2 oppervlakte) kan de operateur het aan de pomp te geven vermogen bepalen.

Sproeibuizen in werking

De drijfkracht wordt geleverd door een elektrogeengroep bestaande uit een benzinemotor en een wisselstroomgenerator die zorgt voor het voeden van :

  • De hulpmotor van de volumetrische pomp ;
  • De motorpompgroep die, in het mengcentrum [1], de bevoorrading van de trein verzekert of, onderweg, het overbrengen van de geconcentreerde oplossing naar de weder te bevoorraden ketels ;
  • De motor-overdrukgever-groep die het mengen van de oplossing verzekert tijdens de bevoorrading van de ketels ;
  • De motorpompgroep bestemd voor de voeding van de brandslangen en voor de inwendige verdeling van het water voor de dienstbehoeften.

Een alkalische batterij van 72 Volt/120 amp., die de verlichtingsinstallaties binnen en buiten de trein voedt, vult het geheel aan.

Elektrogeengroep met wisselstroomgenerator, motorpomp voor het overbrengen van de vloeistof, overdrukgever en geheel van schuiven.

 Verblijfwagen

Deze wagen, die in verbinding staat met de sproeiwagen, omvat : een woonplaats, een uitgeruste keuken, een kleedkamer, een kamertje met vier bedden en een bureau met bed voor de meestergast.

 Het personeel van de trein

De studie van de te volgen reiswegen en de leiding van de trein zijn toevertrouwd aan een sectiechef. Vanuit de bestuurdersafdeling van de locomotief, kan hij het verdelingsgeheel van op afstand bedienen en controleren en tevens de dichtheid van de besproeiing regelen in functie van de dichtheid van de plantengroei. Hiertoe beschikt hij over een koffertje met lichtende schakelaars waarmee hij de elektrokleppen van op afstand kan bedienen.

De operateur, die zich in de sproeiwagen bevindt, wijzigt de besproeiingsdichtheid volgens de onderrichtingen die de sectiechef weergeeft door middel van een code van geluiden.

 De uitslagen

De N.M.B.S. bezit thans een trein die, in zijn aard, als de modernste en meest geperfectioneerde mag beschouwd worden.

Na de eerste cyclus van onkruid verdelging, hebben de bekomen uitslagen volledig aan de vooruitzichten beantwoord. De nieuwe techniek voor onkruidverdelging, waarvan de trein een der basiselementen vormt, zal bezuinigingen verwezenlijken in onkruid verdelgende produkten, in handenarbeid en in exploitatiekosten, waarmee de volledige kostprijs van de installaties in minder dan vijf jaar zal afgeschreven worden.

Tussen het avondmaal en de nachtrust, bestudeert de ploeg de reisweg voor ’s anderendaags.

Bron : Het Spoor, juni 1960


[1Het mengcentrum bevindt, zich te Vorst ; wij zullen er later over spreken.