Notre réseau compte actuellement 96 tunnels, situés pour la plupart en haute Belgique et totalisant environ 36 km. Les plus importants et les plus nombreux sont ceux des lignes de la Vesdre (ligne 36), de l’Ourthe (ligne 43), de l’Amblève (ligne 42), de la Lesse (ligne 150) et de la Meuse (ligne 154). Le plus court (45 m) se trouve entre Falaën et Warnant, sur la ligne 150 Tamines-Dinant.
Voici quelques tunnels choisis parmi les plus longs...
Groupe de Bruxelles : tunnel de la Jonction, (…)
Articles les plus récents
-
Les tunnels de Belgique
23 janvier 2009, par Rixke -
Ingravingen en ophogingen
23 januari 2009, door RixkeHet reliëf van de bodem waarop de sporen zullen worden gelegd, wordt vaak gewijzigd door het delven van de grond of het aanaarden van het terrein.
Wanneer men de grond weghaalt door delving, bekomt men een «ingraving». Het profiel, d.w.z.. de helling van het talud, varieert van de vrijwel rechte lijn in rotsachtig terrein tot 45° in normaal terrein. Bezijden de hallast legt men een of twee paden aan, bedekt met as, waarop het personeel van de baan zich gemakkelijk kan verplaatsen. In de (…) -
Remblais et déblais
23 janvier 2009, par RixkeLe relief du sol sur lequel seront posées les voies doit souvent être modifié, soit en creusant le sol, soit en comblant le terrain.
En enlevant des terres pour creuser le sol, on obtient une « tranchée ».
L’inclinaison du talus varie de la quasi-verticale en terrain rocheux à 45° en terrain ordinaire. On établit, en dehors du ballast, un ou deux sentiers revêtus de cendrée, qui permettent au personnel de la voie de circuler à l’aise. Dans les tranchées rocheuses, des niches sont (…) -
De tunnels en de lijn van de Sint-Gotthard
23 januari 2009, door RixkeTe Göschenen bevindt zich de ingang van de 15 km lange tunnel onder het bergland van de Sint-Gotthard. Het aanleggen van de lijn duurde meer dan acht jaar. De tunnel werd aangevat onder leiding van L. Favre. De werken werden begonnen op 13-9-1872 op de zuidelijke helling, en op 9 oktober op de noordelijke helling. Aanvankelijk werkte men met de hand. De boormachine werd slechts in 1873 gebruikt. Het graven van het boorgat met de hand vorderde per dag 75 cm; met de boormachine bereikte men 4 (…)
-
Vierendeel
23 januari 2009, door RixkeHij was een stoutmoedig ingenieur met baanbrekende ideeën. Zijn wereldfaam dankt hij o.a. aan de bruggen met enkelvoudige stijlen. Hij publiceerde ook enkele zeer merkwaardige geschriften. In een werk dat in 1896 met de Prijs van de Koning werd bekroond, verkondigt hij dat, op het stuk van de constructie, de esthetica de voorrang hebben moet op de mathematica. Verder maakte hij nog een studie over een statische methode om heipalen te berekenen.
Over heel de wereld werden een groot aantal (…) -
Vierendeel
23 janvier 2009, par RixkeARTHUR VIERENDEEL, né à Grammont en 1852, décédé le 11 novembre 1940, fut un ingénieur hardi et novateur. Il conçut notamment les ponts à simple montant, qui lui valurent en peu de temps une réputation mondiale. Il fut aussi l’auteur d’ouvrages fort remarqués : « La Construction architecturale en Fonte, Fer et Acier », qui obtint le prix du Roi en 1896. Vierendeel y proclame la primauté de l’esthétique sur la mathématique en matière de construction ; « Stabilité des Constructions », étude (…)
-
Gustave Eiffel
23 januari 2009, door Rixkeeen genie in dienst van het spoor
Gustave Eiffel werd, in 1832, te Dijon geboren en overleed te Parijs in 1923. Hij is vooral bekend als bouwer van de vermaarde «Toren» die op 31-3-1889 onthuld werd...
Nadat hij aan het hoofd had gestaan van de werkplaatsen van de «Compagnie du Matériel des Chemins de fer», te Clichy, werkte hij voor eigen rekening. Daarna stichtte deze ingenieur, in 1868, de maatschappij «G. Eiffel et Cie». Hij had gewis een zwak voor bruggen en viaducten, maar hij (…) -
Gustave Eiffel
23 janvier 2009, par RixkeUn génie au service du rail.
Gustave Eiffel naquit à Dijon le 15 décembre 1832 et mourut à Paris le 29 décembre 1923. Il devint célèbre par la construction de sa fameuse « Tour », inaugurée le 31 mars 1889.
Après avoir dirigé les ateliers de Clichy de la « Compagnie du Matériel des Chemins de fer », il travailla à son compte, puis le brillant ingénieur fonda, en 1868, la société « G. Eiffel et Cie ». S’il eut un « faible » pour les ponts et les viaducs, il construisit aussi des églises, (…) -
Brugtypen
23 januari 2009, door Rixke -
Types de ponts
23 janvier 2009, par Rixke
Rixke Rail’s Archives