De doortocht der treinen is slechts mogelijk in een ruimte die volledig van hindernissen is vrijgemaakt. De verschillende afmetingen die men aldus heeft bekomen, staan vermeld in een schema dat het «profiel van vrije ruimte» wordt genoemd.
Er werd een internationaal profiel (R.l.C.) bepaald, dat de meest beperkte ruimten die op sommige Europese netten voorkomen in acht neemt, Aldus kan het rollend materieel onder het merendeel der netten van het continent worden uitgewisseld. Het Belgische (…)
Articles les plus récents
-
Het profiel van vrije ruimte
23 januari 2009, door Rixke -
Omgrenzingsprofielen van het rollend materieel
23 januari 2009, door RixkeEuropa
Het rollend materieel wordt gebouwd met inachtneming van het internationaal omgrenzingsprofiel (R.I.C.). De breedte van de kast schommelt tussen 2,82 en 3 m, en de hoogte aan het dak overschrijdt slechts zelden 4,28 m voor de diesel- en 3,85 m voor de elektrische locomotieven, waarvan de neergelaten stroomafnemers gemiddeld 4,25 m tot 4,50 m hoogte bereiken. De maximale hoogte van de stoomlocomotieven beliep 4,28 m in Frankrijk, 4,48 m in België en 4,55 m in Duitsland. De breedte (…) -
Over stoomfluiten
23 januari 2009, door RixkeDe stoomfluit is te gelijk een waarschuwingsteken en een communicatiemiddel tussen de machinist enerzijds en het treinpersoneel of het personeel van de baan anderzijds. Het is een klok van brons of messing, die, evenals de lucht die ze inhoudt, trilt wanneer de ingeblazen stoom de randen treft.
De eerste locomotieven bezaten geen stoomfluit en de machinisten waren uitgerust met toeters. In 1833 kwam de machine „Samson” van de Leicester & Swannington Railway in botsing met een met (…) -
Indeling der stoomlocomotieven
23 januari 2009, door RixkeEr zijn steeds reizigers- en goederentreinen geweest. Voor de eerste was de snelheid belangrijk, voor de tweede telde vooral het vermogen. De locomotieven moesten derhalve afhankelijk van deze eisen worden gespecialiseerd.
Thans worden de locomotieven onderverdeeld in 4 categorieën : de locomotieven voor reizigerstreinen, voor goederentreinen, voor gemengde diensten en de gelede locomotieven.
De eerste hebben grote wielen met een doormeter van 1,70 toto 2,10 m en meer. Voor de tweede (…) -
De eerste Amerikaanse locomotieven
23 januari 2009, door RixkeMeer nog dan iemand anders, verdiende één man de naam „Vader van de Amerikaanse spoorwegen”: kolonel John Stevens uit Hoboken, New Jersey, die, van 1811 af, in de Verenigde Staten de aanleg van spoorwegen met stoomtractie aanprees. In 1825 deed hij te Hoboken proefritten met een zeer kleine locomotief, voorzien van wielen zonder wielkransen, die door middel van een pal tussen twee centrale spoorstaven gehouden werd.
In 1828 kocht Horatio Allen, ingenieur van het kanaal Delaware & (…) -
De „John Bull” wordt veramerikaniseerd
23 januari 2009, door RixkeGebouwd in de werkplaatsen van George en Robert Stephenson te Newcastle, droeg de „John Buil”, ook Stevens genoemd, het nr. 1 van de Camden & Amboy Railroad. Zij werd op 14 juli 1831 te Liverpool ingescheept op het schip „Alleghany”, met bestemming Philadelphia. Robert Stevens wierf de jonge werktuigkundige Isaac Dripps aan en belastte hem met het monteren van de locomotief, die men in onderdelen verscheept had. Dripps laadde alles op een veerpont en vertrok naar Bordentown. In een loods (…)
-
Belgische pioniers van het spoor
23 januari 2009, door Rixke -
Pionniers belges du rail
23 janvier 2009, par Rixke -
Pioniers van het spoor
23 januari 2009, door RixkeMatthew Murray. (G.-B.) Eerste bouwer van locomotieven, monteerde machines van Blenkinsop, waarvoor hij de toestellen uitvond, die achteraf steeds gebruikt werden. Thomas R. Crampton. (G.-B.) Snelheidskampioen, bestudeerde de stabiliteit van de locomotieven en vroeg, in 1842, zijn eerste octrooi aan voor een locomotief met grote drijfwielen, die achter de vuurhaard opgesteld waren. Hij was geen bouwer. De door hem opgevatte machines waren vermaard in Engeland, Frankrijk en eveneens in (…)
-
Pionniers du rail
23 janvier 2009, par RixkeMatthew Murray, premier constructeur de locomotives, établit les machines de Blenkinsop dont il inventa les dispositifs, toujours adoptés par la suite. Thomas Crampton, champion de la vitesse, rechercha la stabilité des locomotives et prit son premier brevet en 1842 pour une locomotive à grandes roues motrices en arrière de la boîte à feu. Il ne fut pas constructeur. Les machines qu’il conçut furent célèbres en Angleterre et en France, ainsi qu’en Allemagne. Emile Pereire, banquier (…)
Rixke Rail’s Archives