Lorsque, sur notre réseau, on mesure l’écartement d’une voie en alignement entre les bourrelets des deux rails, on relève une cote de 1 m. 435. Pourquoi ce nombre bizarre ? On concevrait mieux un nombre rond, par exemple 1 m. 500.
On peut aussi s’étonner du sens de la circulation des trains. Pourquoi ceux-ci circulent-ils, en Belgique et sur d’autres réseaux, à gauche, alors que, sur les routes, les véhicules circulent à droite ?
L’une et l’autre questions trouvent réponse dans le même (…)
Articles les plus récents
-
L’écartement des voies
7 décembre 2011, par Rixke -
La pose des rails longs
7 décembre 2011, par RixkeLes inconvénients des joints
Les joints éclissés entre rails successifs, qui constituent toujours des points faibles de la voie, présentent trois graves inconvénients : Ils ont une influence défavorable sur la douceur du roulement ; Ils accélèrent l’usure des extrémités des barres, fatiguent le matériel roulant et exercent ainsi une influence défavorable sur la durée de vie du matériel et des matériaux ; Ils absorbent une grande partie des frais d’entretien.
De 6 à 54 m.
Ceci explique (…) -
La voie
7 décembre 2011, par RixkeEn 1835, les rails ne mesurent que 4 m. 57. En 1848, on passe au rail de 6 m. Le rail en acier remplace le rail en fer en 1862. En 1865 apparaît le rail de 9 m. Plus tard, il mesure 18 m. Après la première guerre mondiale, le rail atteint 27 m., et, en 1934, on pose sur la ligne Bruxelles - Anvers des rails de 54 m.
Les joints éclissés entre rails, qui constituent le point faible de la voie, présentent de graves inconvénients : ils ont une influence défavorable sur le roulement des trains, (…) -
Onze onvergetelijke stomers - Inhoud
6 december 2011, door RixkeIn 1966 begon Phil Dambly met het schrijven van zijn beroemde reeks „Onze onvergetelijke stomers” in „Het Spoor”. Historisch overzicht ... Evolutie van de techniek Stijl en versiering Nummering en classificatie Eerste periode, 1835-1852. Stelsel van Stephenson Tweede periode, 1853-1863. Experimenteel stelsel Derde periode, 1864-1884. Stelsel Belpaire Vierde periode. De maatschappijen overgenomen van 1872 tot 1880 Vijfde periode, 1884-1898. Beheer Masui en Belpaire Zesde periode. De (…)
-
Nos inoubliables vapeurs - Sommaire
6 décembre 2011, par RixkeEn 1966, Phil Dambly a commencé sa fameuse série « Nos Inoubliables Vapeurs » dans « Le Rail ». Un peu d’histoire... L’évolution de la technique Style et décoration Numérotation et classification Première période, 1835-1852 - Régime Stephenson Deuxième période, 1853-1863 - Régime expérimental Troisième période, 1864-1884 - Régime Belpaire Quatrième période - Les compagnies reprises de 1870 à 1880 Cinquième période, 1884-1898 - Régime Masui et Belpaire Sixième période - Les compagnies (…)
-
Elfde periode, 1940-1946 - Overname van de Nord Belge en 2de wereldoorlog (vervolg)
6 december 2011, door RixkeOp 10 mei 1940 Werd België eens te meer overweldigd. Slechts enkele locomotieven konden de wijk nemen naar Frankrijk, waar ze weldra door de Duitsers achterhaald werden... Na het einde van de vijandelijkheden werd de exploitatie onder controle van de bezetter hervat. Maar vanaf 1941 legden de opeisingen van de vijand strenge beperkingen op aan het verkeer. Inderdaad, de Deutsche Reichsbahn nam opnieuw bezit van een gedeelte van de “Wapenstilstand”-locomotieven van 1919, terwijl heel wat (…)
-
Elfde periode, 1940-1946 - Overname van de Nord Belge en 2de wereldoorlog
6 december 2011, door RixkeBij de overname, op 10 mei 1940, van de “Nord Belge”, werd het locomotievenpark van de N.M.B.S. met 150 eenheden verrijkt. Vanaf haar oprichting had de “Société du Nord Belge” verschillende typen van locomotieven aangekocht bij de “Compagnie du Nord français” en had zij in België gelijkaardige machines laten bouwen. De locomotieven van de “Nord Belge” werden hersteld en verbouwd in de werkplaatsen van Saint-Martin, nabij Marchienne-Zone. De depots van die maatschappij waren gevestigd te (…)
-
Tiende periode, 1920-1939 - Van de Staatsspoorwegen naar de NMBS
6 december 2011, door RixkeIn 1920 kwamen een aantal in 1919 in de U.S.A. bestelde goederentreinlocomotieven op hun beurt de leemten aanvullen die de verwoestingen van de oorlog achtergelaten hadden. Die 2-8-0 “Consolidations” met twee cilinders en oververhitting, welke tot het type 38 behoorden, hadden wielen van 1,52 m. De American Locomotive Company te Schenectady en Baldwin te Philadelphia hadden hiervan 150 exemplaren gebouwd, dit volgens een programma dat door de studiebureaus van de Staat opgemaakt was. Dat (…)
-
Negende periode, 1914-1919 - “Wapenstilstand” - locomotieven (vervolg)
6 december 2011, door RixkeTussen 1923 en 1931 werden heel wat “Wapenstilstand”-locomotieven, van diverse typen, naar de schrootbelt verwezen of aan het buitenland verkocht. Zo schafte het Luxemburgse spoorwegnet “Prince Henri” zich toen de Badense VIc, de Pruisische G12 en enkele T14 aan. Enkele G10 werden aan de Luxemburgse Maatschappij Guillaume afgestaan. De twee zware Pruisische 4-6-4, type T18, die dienst hadden gedaan tussen Brussel en Leuven, werden gesloopt.
De Staat behield belangrijke, homogene reeksen (…) -
Negende periode, 1914-1919 - Eerste wereldoorlog en “Wapenstilstand” - locomotieven
6 december 2011, door RixkeTijdens de bezetting van het grondgebied door de Duitse troepen, nam een te Brussel gevestigde militaire Algemene Directie der Spoorwegen de plaats in van de Belgische Staatsspoorwegen. Dat organisme, de “Militar Eisenbahn Direktion Brussel”, liet het net herstellen voor de behoeften van het strategisch verkeer.
Bij de terugtocht van augustus 1914 konden ongeveer tweeduizend locomotieven worden uitgeweken naar Frankrijk, dit was nagenoeg de helft van het totale effectief (4.500 machines). (…)
Rixke Rail’s Archives