De Oosthannoverse Spoorwegen (OHE) zijn, wegens hun uitgestrektheid, het belangrijkste particuliere spoorwegnet van Duitsland. Ze werden opgericht in 1944 om de exploitatie over te nemen van een tiental enkelsporige, secundaire lijnen die voordien door evenveel autonome maatschappijen geëxploiteerd warden. Al de lijnen vormen een net van 335 km, dat draait om de steden Lüneburg en Celle, te midden van de “Lüneburger Hei”, ten oosten van de as Hamburg - Hannover.
De drie modernste (…)
Articles les plus récents
-
Osthannoversche Eisenbahnen. N° 200.091 tot 200.093.
9 mei 2011, door Rixke -
Deutsche Bundesbahn. Type V200.
9 mei 2011, door RixkeIn 1952/53 hebben verschillende bouwers samen vijf prototypen van de V 200 gebouwd. Na hun afwerking werd, in 1956, een reeks van 86 locomotieven besteld. Elke locomotief is voorzien van twee dieselmotoren van 1.000 of 1.100 pk en van een hydraulische transmissie. Men gebruikt drie typen van motoren. De V 200 sleept expres-treinen op lange en gemiddelde afstanden.
VOORNAAMSTE KENMERKEN: symbool, B’B’; spoor, 1,435 m; bouwers, Krauss-Maffei & Mak; dieselmotor, Man/Maybach/Daimler-Benz; (…) -
Deutsche Bundesbahn. Reeks 184 (ex-E 410).
9 mei 2011, door RixkeDe DB ontving haar eerste locomotief voor vier systemen, de E 410 001, tijdens een plechtigheid die op 25 oktober 1966 werd georganiseerd in de Krupp-fabrieken te Essen. De vijf locomotieven van de reeks E 410 (reeks 184 sedert januari 1968) worden “Europa-Lokomotiven” genoemd. Na een periode van zeer nauwkeurige proefnemingen, tijdens welke ze gestationeerd zijn te Saarbrücken, zullen ze in dienst gesteld worden op de lijnen Saarbriicken - Metz - Epernay - Parijs, Keulen - Emmerich - (…)
-
L’évolution de la technique
4 mai 2011, par RixkeEn présence d’un mastodonte comme la puissante « Pacific » type 1 de 1935, on se reporte avec une sorte d’attendrissement vers la locomotive « Le Belge », de cent ans son ainée. En comparant quelques chiffres suggestifs, on se fera une idée du progrès accompli dans la construction des locomotives à vapeur. Le Belge Type 1 Surface de grille 0,86 m2 5 m2 Surface de chauffe 33,59 m2 234 m2 Surface de surchauffe 0 111 m2 Capacité du tender 2,50 m³ 38 m³ Poids en ordre de marche, (…)
-
Chemins de Fer Luxembourgeois. Série 800.
4 mai 2011, par RixkeLes locomotives diesel-électriques n° 801 à 806, construites en Belgique en 1955, assurent des services de manœuvres. Il s’agit d’une adaptation au gabarit RIC du « switcher » General Motors, modèle SW-900. Le châssis a été légèrement élargi, rehaussé, allongé et caréné. Le plancher de la cabine a été abaissé et la forme de la toiture modifiée. Le moteur est identique à celui des locomotives de la série 1600 (type 202 SNCB), mais les cylindres sont au nombre de 8 au lieu de 16. Cabine à (…)
-
De actie van de Belgische spoormannen in China
4 mei 2011, door RixkeHet aandeel van de Belgen in het produktief maken van Kongo heeft ze vertrouwd gemaakt met overzeese ondernemingen. Op het einde van de vorige eeuw trok een onmetelijk rijk de mensen en de kapitalen aan: China. Daar, zoals op andere plaatsen, zette Leopold I zijn industriële expansiepolitiek verder.
“Handige onderhandelingen met het Hemelse Rijk en met Frankrijk dat er zekere rechten verkregen had, leidden, in 1898, achtereenvolgens tot de concessie van de Spoorwegen Peking - Han-k’ou, (…) -
Deutsche Bundesbahn. Reeks E 03.
2 mei 2011, door RixkeDe vier E 03 zijn bestemd voor de TEE. De eerste ervan, die werd voorgesteld op 1-2-65, bereikte tijdens proefritten een snelheid van 220 km./u. De kast, van lichte legeringen, rust op een bolkframe van gelast staal. De bufferbalk is derwijze opgevat dat hij later voor de automatische koppeling zal kunnen dienen. De eivormige voorbouw is het resultaat van proefnemingen in een windtunnel. De convexe voorruiten van de bestuurdersafdeling zijn 13 mm. dik. Wegens de voorziene snelheden werden de (…)
-
Deutsche Bundesbahn. Reeks E 10.
2 mei 2011, door RixkeDie locomotieven, in serie gebouwd vanaf 1956, maken het belangrijkste effectief uit van het elektrisch park van de D.B. Ze zijn afgeleid van vijf verschillende prototypen, geleverd in 1950 (10.001 tot 005). Men onderscheidt de E 101, voor reizigerstreinen, en de E 1012, die de luxueuze exprestreinen “Rheingoid” (Emmerich - Keulen - Bazel) en “Rheinpfeil” (Miinchen - Dortmund) trekken. De E 101 zijn genummerd van 10.101 tot 264, van 271 tot 307 en van 312 tot 422. De machines 10.423 tot 476 (…)
-
Koolmijnen van Houthalen. N° 1 en 2.
2 mei 2011, door RixkeDe spoorweginstallaties van de Koolmijnen van Houthalen (Limburg), die ongeveer 17 km. spoor omvatten, werden in 1957 geëlektrificeerd. Ze worden bediend door drie locomotieven met twee assen en twee locomotieven met bogies. Deze laatste, welke beantwoorden aan de voorschriften van de N.M.B.S., zijn afgeleid van de gelijkaardige machines die in dienst zijn op de netten van de B.C.K. en van de Union Minière du Haut Katanga. Ze kunnen treinen slepen van 1.800 ton (60 wagens) van het (…)
-
Les contrôles non-destructifs appliqués au matériel roulant
27 avril 2011, par RixkeLa régularité et la sécurité des circulations dépendent notamment du maintien en bon état des engins moteurs et du matériel remorqué. Les services de construction et d’entretien procèdent donc, en cours de fabrication et au cours d’opérations périodiques, à des examens systématiques qui permettent de prévenir les avaries possibles. Il va de soi que ces contrôles doivent être particulièrement approfondis sur les organes fortement sollicités, tels que les essieux, les roues, les bandages, les (…)
Rixke Rail’s Archives